Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 12-01-2019

Marmer

betekenis & definitie

Marmer - Het Grieksche woord „marmaros” beteekent oorspronkelijk eenvoudig „groote steen”, pas later „marmer”. Het oude Griekenland leverde verschillende soorten m.: Attcia o.a. het Pentelische m., waarvan het Parthenon gebouwd is, alsmede het blauwachtige Hymestische m., dat in hoofdzaak voor architectuur diende. In den Peleponnesus vond men het beste m. bij Doliana, waarvan de Athene-tempel te Tegea gebouwd werd. Euboea leverde het groenachtige marmer, dat nu cippolino-m. heet, omdat het in structuur op een ui lijkt (Ital. cipollino—uitje).

Meer dan 16 eeuwen was dit cippolino-m. verdwenen en kon men er geen vindplaats van opsporen. Pas in den laatsten tijd heeft men te Saillon in Zwitserland op groote hoogte hetzelfde marmer teruggevonden. Het cippolino-m. of cippolien gold bij de Etruskiërs, Carthagers en Romeinen als een siersteen. Naar de vindplaats bij de stad Caristo op Euboea, welke groeven echter sedert eeuwen uitgeput zijn, werd het ook „marmor carystium” of „marmer euboeacum” genoemd. Het mooiste marmer voor beeldhouwwerken was het Parische van het eiland Paros.

In de gesteentenkun de is m. synoniem met kristallijnen kalksteen. In de techniek geeft men echter ook wel aan andere polijstbare kalksteenen deze benaming. M. wordt in de grootste verscheidenheid van kleur aangetroffen en toegepast: van wit, lichtgrijs, geel, rood, blauw en bruin, tot soms zelfs groen en zwart en dikwijls bijzonder mooi geaderd. Het zeer schoone wi 11 e m. waarvan de oude Grieken reeds hun beelden maakten, vindt men in Italië; de groeven van Carrara in Boven-Italië, zijn hierom beroemd geworden en reeds voor het begin onzer jaartelling gebruikt men dit m. In 1920 hebben deze groeven tengevolge van een aardbeving echter veel geleden, waardoor haar productie zeer verkleind is. De gekleurde marmersoorten zijn over de geheele aarde verspreid.

België levert voor ons land het meeste m. en het is daar ook in groote verscheidenheid te vinden. De kwaliteit is ook goed, maar ontegenzeggelijk vindt men nog rijker kleurschakeering in de Grieksche marmers. Ook in Zwitserland wordt marmer van mooie kleur gevonden, o.a. in de bovengenoemde groeven van Saillon. Voorts worden hier uit Frankrijk, Italië, Beieren en Oostenrijk nog velerlei soorten m. ingevoerd. In Tyrol vindt men ook zeer mooie marmersoorten en in den Untersberg in Beieren worden rijke kleurschakeeringen in de marmers aangetroffen. M. wordt hier gebruikt als siersteen, voor vloeren in gangen, lambriseeringen, lijsten, deksteenen, aanrechten toonbankbladen, voor buffetten en schoorsteenmantels, badkamers en in het algemeen voor een rijke muurbekleeding. Sommige zijn ook in gepolijsten staat tegen het weer bestand, andere daarentegen worden spoedig dof.

De Belgische marmersoorten, eigenlijk dichte kalksteenen, houden zich in ons klimaat beter, dan de m. uit Zuidelijker landen. Voor enkele soorten van m. zijn bijzondere benamingen gebruikelijk, zooals het hierboven genoemde cippolino of cippolien, voorts bardiglio, gibraltarsteen, enz. Naar de kleur noemt men het helder witte Italiaansche marmer„bianco chiaro” en het hier voor gangvloeren veel gebruikte, geaderde en gevlekte m. noemt men daar „marmo venato”, terwijl onder „marmo statuario” het bij uitstek voor beeldhouwwerk geschikte m. wordt verstaan. Soms onderscheidt men het marmer uit dezelfde groef door zijn kleur of geaardheid nog door bijzondere namen. Zoo geeft men het roode Belgische m. uit de provincie Namen de verschillende namen van: rouge royal, impérial, griotte, rosé, fleuri, byzantin, Malplaquet, Saint Rémy, enz. In den Untersberg vindt men het z.g. Forellenmarmer, aldus genoemd naar de roode en witte stippels op een geelachtige onderkleur.

M. wordt ook voor industrieele doeleinden toegepast, vooral voor terrazzo-vloeren, en, mits van voldoende ijzervrije kwaliteit, voor het maken van porselein (zie POTTEBAKKERSKUNST) en glas. Voor deze beide toepassingen prefereert men de glanzend witte variëteiten en gebruikt veelal kleine stukken afval van de groote m.-blokken.