Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 10-01-2019

Maassluis

betekenis & definitie

Maassluis - (Maaslandssluis), gem. in Zd.-Holl., rondom ingesloten door de gem. Maasland, zoodat zij niets dan de stad M. bevat; groot 3½ H.A. De stad behoorde oorspronkelijk als gehucht tot Maasland, maar sedert de verdrijving der Spanjaarden uit de prov. Holland begon zij snel te bloeien; in 1664 werd zij een zelfstandige ambachtsheerlijkheid. Visscherij en scheepvaart brachten haar nu tot bloei, doch in den Franschen tijd stond de visscherij stil en ging de stad snel achteruit.

Wel kwam zij na de Bevrijding weer tot eenigen bloei, doch door de verzanding der Maas en de opening van 't Kanaal van Voorne verliep opnieuw haar scheepvaart en visscherij. Ook sedert de opening van den Nieuwen Waterweg herleefde de bloei, zoodat de stad snel toeneemt en reeds 11.000 inw. telt (tegen de helft in 1890). Thans bloeit zij door visscherij met aanverwante vakken, scheepvaart, scheepswerven, kuiperijen, enz. Merkwaardige gebouwen zijn het Stadhuis en ’t Gemeenelandshuis van Delfland.