Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 10-01-2019

Maand

betekenis & definitie

Maand, - oorspronkelijk de omloopstijd der maan om de aarde. Dat zou dus strikt genomen de tijd moeten zijn, dien de maan noodig heeft, om bij haar rondgang aan den hemel wederom hetzelfde punt — waarvoor men met groote benadering een vaste ster zou kunnen nemen — te bereiken. Maar de eigenaardigheden der maansbeweging brengen mede, dat de maan na een omloop nooit nauwkeurig hetzelfde punt bereikt: de hier gedefinieerde m. (de siderische m.) is slechts langs een omweg te bepalen, en wel in het bijzonder uit de synodische m., d. i. het tijdsverloop tusschen twee opeenvolgende Nieuwe Manen of samenstanden der maan met de zon, d. i. dan tevens de periode der schijngestalten of lunatie, De synodische m. is al van de oudste tijden af goed bekend geweest; zij kon in het bijzonder door de waarneming der maansverduisteringen, die de oogenblikken van Volle Maan scherp vastleggen, nauwkeurig bepaald worden.

Te onderscheiden zijn verder: de tropische m., waarin de maan van lentepunt tot lentepunt gaat of liever, waarin haar lengte met 360° toeneemt; de anomalistische m., waarin de maan in haar baan van perigeum tot perigeum loopt, of waarin haar anomalie met 360° vermeerdert, en de drakonitische m., waarin de maan van klimmenden knoop tot klimmenden knoop loopt. Daar de beweging der zon en van het perigeum naar het Oosten, die van het lentepunt en den knoop der maansbaan naar het Westen gericht zijn, zijn de synodische en de anomalistische m. langer, de tropische en de drakonitische m. daarentegen korter dan de eigenlijke of siderische m. De lengte der verschillende maanden is:

drakonitische m.: 27.2122 d. = 27 d., 5 u., 5 m., 34 s.

tropische m.: 27.3216 d. = 27 d., 7 u., 43 m., 5 s.

siderische m.: 27.3217 d. = 27 d., 7 u., 43 m., 12 s.

anomalistische m.: 27.5546 d. = 27 d., 13 u., 18 m., 37 s.

synodische ®.: 29.5306 d. = 29 d., 12 u., 14 m., 3 s.

De zoo gemakkelijk te bepalen synodische m. is de grondslag van den kalender van alle volken geweest. Het maanjaar van 12 synodische m. telde 354 d., 9 u., en moest door kunstmiddelen met het zonnejaar van 365 d., 6 u. in overeenstemming gebracht worden. Zoo gaat nu ook het 12de deel van het zonnejaar maand heeten, en onze tegenwoordige maanden tellen niet meer 29 of 30, maar 30 of 31 dagen. Zie KALENDER.