Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 10-01-2019

Lichaam

betekenis & definitie

Lichaam van den mensch. Ter karakteriseering van het menschelijk l., voornamelijk met het oog op de anthropologie, gebruikt men verschillende kenmerken. De lichaamslengte is zeer verschillend. Bij een lengte tot 130 c.M. spreekt men van dwerggroei, bij 130-160 c.M. van kleine vormen; 160-170 c.M. zijn middelmatige vormen; boven 170 c.M. spreekt men van groote vormen, terwijl lengte boven 200 c.M. reuzengroei genoemd wordt.

De gemiddelde lichaamslengte van de geheele menschheid is ± 165 c.M. De vrouw is gemiddeld 7% korter dan de man. — Bij lang staan neemt de lichaamslengte wat af; dit kan per dag ± 3 c.M. bedragen; tijdens rust in liggende houding verdwijnt dit weer. Op ouderen leeftijd wordt door toeneming van de krommingen van de wervelkolom, het inzakken der tusschenwervel schijven enz. het lichaam vrij aanzienlijk korter. — Bepaalde rassen hebben bepaalde lichaamslengte. Men kent korte en lange rassen; zelfs dwergrassen. Afgezien van de raslengte kan de lichaamslengte door de voeding vrij sterk beïnvloed worden; goede voeding werkt den lengtegroei in de hand. Volgens sommigen is dan ook dwerggroei een gevolg van slechte voedings- en lichaamsverhoudingen. Sommige klieren zonder uitvoerbuis (geslachtsklier, hersenaanhangsel) oefenen op den groei en daarmede op de lichaamslengte een grooten invloed uit.

Het lichaamsgewicht is, dank zij de zoo verschillende voedingsverhoudingen, zeer wisselend. Anthropologisch heeft het weinig of geen beteekenis. Er bestaan een aantal empirische formules voor de berekening van het lichaamsgewicht bij een middelmatigen voedingstoestand. Men neemt wel eens aan, dat de volwassen man evenveel K.G. moet wegen, als hij een centimeter boven 1 M. lang is, de vrouw iets minder. — Uit lichaamsgewicht en borstomvang leidt men een constitutie-index af, die bij keuringen gebruikt wordt. — Behalve lengte en gewicht zijn de lichaamsverhoudingen, de proporties, van belang. Zie KANON, KIND.

Niet alleen het l. in zijn geheel, ook de afzonderlijke deelen loopen in vorm, grootte, ligging, zeer uiteen bij verschillende menschen of menschengroepen. In de anthropologie wordt elk lichaamsdeel naar kleur, grootte, vorm, ligging, enz. bestudeerd en beschreven. Bij verschillende artikelen, zooals schedel, huid, zogklieren, enz. wordt naar deze kenmerken verwezen.