Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 10-01-2019

Langobarden

betekenis & definitie

Langobarden - Germaansche volksstam, die punten van overeenkomst vertoont met de Angl.-Friesche en Oost-Germ. stammen, woonde in ’t begin van onze jaartelling aan de BenedenElbe, waar hij 5 n. C. in aanraking kwam met de Romeinen, die toen onder den veldheer Tiberius naar de Elbe oprukten en hem niet hebben kunnen onderwerpen. In de volgende jaren zijn de L. nauw verbonden met de Cherusken, die zij steunen tegen de Marcomannen. Een deel der L. moet in ’t begin der 4e eeuw de landen aan de Elbe verlaten hebben.

Deze L., die in zich opnamen gedeelten van verschillende stammen, verschijnen in ’t einde der 5e eeuw aan den Donau en vestigen zich eenigen tijd in het vroeger door de Rugii bewoonde NederOosterrijk. Na eenigen tijd onderhoorig te zijn geweest aan de Herulen, maken zij zich ± 505 onafhankelijk en onderwerpen zij onder aanvoering van koning Wacho de Sueven in NoordHongarije, verder nog de Quaden en Heruli. In de 6e eeuw kwam het tot botsingen tusschen de L. en de Gepiden, welke eindigden met een overwinning van Alboin, den koning der L., die de Gepiden overwon en vernietigde (567).

Alboin moet echter ’t land der Gepiden overlaten aan de Avaren, wier nabuurschap den L. ten slotte zoo gevaarlijk wordt, dat zij besluiten ’t land te verlaten. In 568 zet ’t volk, waarbij zich andere stammen, o. a.

Saksische, voegden, zich in beweging.

Waarschijnlijk zijn de L. getrokken over den heerweg langs Celeia en Emona, althans zij verschijnen in ’t zelfde jaar nog voor Cividale, dat veroverd wordt. Een jaar later bezetten zij Milaan. Gaandeweg wordt een groot deel van Midden-Italië door de L.

bezet. Alleen de kuststeden, Zuid-Italië en Rome blijven in handen van de Oost-Romeinen. In de verschillende steden wordt het bewind gevoerd door bendeaanvoerders, die het oppergezag van Alboin erkennen. Het Langobardische rijk, dat nu ontstaan is, mist de noodige eenheid om krachtig naar buiten te kunnen optreden. Romeinen en Langobarden leven naast elkaar, ieder met een eigen recht. De zwakte van ’t rijk komt uit na den dood van Alboin (572), toen er geen nieuwe koning was gekozen.

Enkele bendeaanvoerders ondernemen tochten op eigen gelegenheid. Zoo verovert Feroald Spolito met omgeving, waarover hij het bestuur in handen neemt als hertog evenals Zotto over Beneventum, dat door dezen veroverd was (± 575). Invallen van de L. in de Rhône-vlakte mislukken echter door den krachtigen tegenstand der Bourgondiërs. Daartegenover begonnen de Franken den strijd tegen de L.

Zij maakten zich meester van den weg over de West-Alpen en deden een inval in ’t Noordoostelijk deel van de Povlakte. Gevaarlijk werd de toestand voor de L. toen de Oost-Rom.

keizer Mauricius zich met de Franken verbond.

In 584 rukte Childebert van Austrasië de Povlakte binnen, waar hem door de L. weinig tegenstand werd geboden. De L. besloten nu weer een koning te kiezen teneinde weerstand te kunnen bieden. Koning werd Authari (584).

In een langdurigen strijd, waarin de L. met afwisselend succes streden, slaagde Authari er in het voortbestaan van den Langobardischen staat te verzekeren. Zijn opvolger Agilulf (590— 605) slaagde erin den Oost-Rom. exarch te dwingen een wapenstilstand te sluiten, waarbij bepaald werd, dat de Oost-Rom. een jaarlijksche schatting zouden opbrengen. Stond het Lang.

rijk wat wetgeving betreft nog verre ten achter bij de andere staten, daar het geen geschreven recht bezat, hierin kwam verandering onder Rothari (643—662), die ’t Lang. recht liet opteekenen (Edictus) en wetten gaf, welke voor ’t geheele rijk golden. Na zijn dood ontstonden er twisten op godsd. gebied. De L., die in de 5e eeuw de Ariaansche leer hadden aanvaard, waren tot dusver vrij vijandig geweest tegenover ’t Katholicisme, dat de godsd. was hunner Rom. onderdanen. Onder invloed van de Beiersche vorsten, met wie de Lang. koningen door huwelijken verbonden waren, werd in de 7e eeuw meer en meer ’t Kath. begunstigd, welke politiek echter in breede kringen ontevredenheid verwekte. Er ontstaat na den dood van Rothari verwarring, waarvan Grimoald van Beneventum gebruik maakt om zich van ’t gezag meester te maken. Tijdens zijn regeering (662—671) wordt er door de L. gestreden tegen de Oost-Rom., aan wie zij Brindisi en Tarente ontnemen. Na Grimoald werd er door de vorsten weer een politiek gevolgd, welke gunstig was voor ’t Kath. ’t Duurde niet lang of ’t Kath. werd de algemeen beleden godsdienst, ’t Toppunt van bloei bereikt het rijk onder Liutprand (712—744), die de Franken steunt tegen de Arabieren en Beneventum en Spolito aan zijn gezag onderwerpt. Onder zijn opvolger Aistulf (749—756) begint het verval.

Deze kwam, toen hij, na Ravenna veroverd te hebben, oprukte tegen Rome in conflict met de Franken, die door den paus te hulp waren geroepen. Aistulf, die niet tegen Pepijn den Korte, den Frank, hofmeier, opgewassen was, werd genoodzaakt al het veroverde gebied aan den paus terug te geven en de opperheerschappij der Franken te erkennen (756). Na zijn dood maken Spolito en Beneventum zich weer onafhankelijk. Desiderius, die tot koning gekozen was, had weinig macht. In strijd geraakt met Karel den Groote, den Frankischen koning, moest hij zich terug trekken in Pavia, welke stad na een kort beleg door hem werd overgegeven (774).

De Langobardische staat had opgehouden te bestaan; ’t land maakte deel uit van ’t Frankische rijk. Wel stonden de L. herhaaldelijk op, maar zij slaagden er niet in zich van de heerschappij der Franken te bevrijden. De hertogd. Spolito en Beneventum bleven evenwel onafhankelijk. — Litt.: Bronnen: Scriptores rerum Lang. et Ital. (M. G. S. S. sacc.

VI—IX); Troya, Codici dipl. Lang. dal 568 al 774; Leges Lang. (M. G. L. L. IV). — Schrijvers: Hodgkin, Italy and her invaders (dl. V en VI) (1895); G. Romano, Le dominazioni barbariche in Italia l. III (1910); Dahn, Könige der Germanen (XII;

1909); Hartmann, Gesch. Italiens II 1 en 2;

Schupfer, Dell istituzioni politiche Lang.

(1863); Halban, Röm. Recht in den Germ.

Volksstaaten II.