Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 10-01-2019

Kos

betekenis & definitie

Kos, - Turksch Istankoi, één der Z.-Sporaden in de Egeesche Zee, aan de Klein-Aziatische kust; 286 K.M.2; 16.000 inw., meest Grieken. Het eiland is door een pliocene breuk van 5 K.M. breedte van het schiereil. Halicarnassus gescheiden. Veel krijtrotsen, die een hoogte van 875 M. bereiken.

De hoofdstad is K. met een door de Johannieters gebouwd fort; 6000 inw. Voornaamste producten van het eiland zijn citroenen, rozijnen en wijn. — De antieke stad K. werd in 366 v. C. gesticht; het eiland was toen zeer beroemd als bakermat van den eeredienst van Asklepios (Aesculapius) en ook door een tempel voor geneesleer, waarvan Hippocrates 460-377 v. C. de beroemdste leerling was. De overblijfselen van dezen tempel zijn in 1902 uitgegraven. De Johannieters hadden het eiland in bezit van 1308-1522; daarna viel het in handen der Turken. Sedert Mei 1912 is het door de Italianen bezet.