Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 10-01-2019

Kleurenblindheid

betekenis & definitie

Kleurenblindheid - De meeste menschen bezitten het vermogen alle kleuren van het spectrum en alle mengkleuren uit drie grondkleuren te kunnen onderkennen. Men kan ze trichromaten noemen. De gevoeligheid voor de kleuren is niet bij alle trichomaten gelijk. Nu zijn er een aantal menschen, die slechts twee kleuren kunnen zien, de bichromaten; enkelen bezitten slechts onderscheidingsvermogen voor een enkele kleur, de monochromaten.

Deze vermindering van het kleuronderscheidingsvermogen heet k. Het is een afwijking, die merkwaardigerwijze slechts bij mannen voorkomt. Wel wordt zij door vrouwen overgedragen, zoodat de dochter van een kleurenblinde ook weer kinderen met k. krijgen kan. Dalton, een bekend chemicus in Oxford, was bichromaat. Men verhaalt van hem, dat hij in een vuurroode toga liep, denkende, dat het een zwarte was. Naar hem heeten de bichromaten ook daltonisten en de k. ook wel daltonisme.

Bichromatisme komt bij ongeveer 4 % der mannen voor. Onder dezen kan men twee groepen onderscheiden; de roodblinden en de groenblinden. Voor de eerste is het rood als zoodanig niet te zien; de tweede kennen het groen niet, hoewel zij nuances in het groen zeer scherp onderscheiden. Bij normale menschen is de Peripherie van het netvlies groenblind, terwijl de uiterste rand zelfs alle kleurenzin mist. Monochromatisme gaat in het algemeen met vermindering van de gezichtsscherpte gepaard.

Dieren hebben waarschijnlijk een kleurenzin, die aan dien van den mensch verwant is. Visschen zijn volgens His kleurenblind, ook de ongewervelde dieren.