Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 10-01-2019

Kentucky

betekenis & definitie

Kentucky, - een der staten in het centrale deel van de Ver. Staten van Noord-Amerika, met een oppervlakte van 104.630 K.M.2 en 2.379.600 inw. in 1916 (in 1860 1.156.000). De staat grenst in het N. aan de Ohio, in het W. aan diens zijrivier de Tennessee. K. is geheel vlak land, behalve in het O. waar zich Cumberland bergen en verschillende heuvelreeksen verheffen.

Het is voornamelijk een landbouwstaat. Vooral het centrum, de z.g.n. „blue grass region”, levert veel koren (mais) op, benevens fruit van prima kwaliteit. Het voornaamste landbouwproduct is echter tabak, waarvan K. in genoemd jaar niet minder dan 364 millioen pond opleverde, een waarde vertegenwoordigende van ongeveer 80 millioen gulden. Er zijn tijden geweest n.l. omstreeks 1890, dat K. bijna de helft van de geheele Amerikaansche tabaksoogst opleverde. Ook de veeteelt is belangrijk; de paarden van K. hebben een zekere vermaardheid ook buiten de Unie. Op mijnbouwgebied heeft K. beteekenis als kolen- en petroleumland.

Alle mijnbouwproducten tezamen vertegenwoordigen een waarde van ongeveer f 70 millioen per jaar. — Oorspronkelijk was K. een staat van planters en slaven. Wel is hierin sedert den Burgeroorlog verandering gekomen, maar nog steeds is het Negerelement zeer sterk, n.l. bijna 13 %. Hieraan en aan de buitengewone zomerhitte wordt wel eens toegeschreven de langzame toename van het aantal bewoners. Van de immigranten zijn ruim 48 % (= 19.000) Duitschers. Hoofdstad is Frankfort aan de onbelangrijke Kentucky River, die kunstmatig bevaarbaar is gemaakt. Het stadje telt niet meer dan 11.000 inw., maar is het centrum van de „blue grass region”. De grootste stad is Louisville (237.000 inw.).