Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 10-01-2019

2019-01-10

Johannes

betekenis & definitie

Johannes - (Hebr. „God is genadig”), zoon van Zebedeus en Salóme, een apostel van Jezus, voormalig visscher van Bethsaïda. Na een voorafgaande ontmoeting werd hij door Jezus tot volgeling geroepen. Hij behoort tot het tweetal broederparen, waarvan er drie meer dan eens bijzonder bevoorrecht worden, Mk. 1:29, 5:37, 9:2, 13:3, 14:33. Met zijn broeder Jakobus samen wordt hij door Jezus Boanerges genoemd, vermoedelijk om hun cholerisch temperament, Mt. 20:20, Mk. 9:38, 10:35, Lk. 9:54.

Dit komt later nog uit bij een botsing met Cerinthus in het badhuis te Efeze. Na de uitstorting van den Heiligen Geest is J. veel kalmer. Hij treedt in de schaduw, Hand. 3:4, 4:1 v., 8:15, al is hij een der zuilapostelen Gal. 2:9. In het vierde Evangelie wordt J. meermalen genoemd „de discipel, dien Jezus liefhad”, 13:23, 19:26, 20:2, 21:7, 20. Dit moet hij wel geweest zijn, want de Boanerges van vroeger wordt de apostel der liefde, dien we uit het vierde Evangelie en de drie brieven leeren kennen. Eusebius, Kerkgesch. III, 18, 20, stelt zijn verbanning naar Patmos in den tijd van Domitianus, terwijl hij onder Nerva te Efeze was. Verdere overleveringen over den grijsaard, die door jongelingen naar de gemeentesamenkomst werd gedragen en daar pleitte voor de liefde, over zijn invloed op den afvalligen rooverhoofdman Theagenes, over zijn geheimzinnig (dubbel ?) graf, doen hier niet ter zake.

Ze gaan uit van de veronderstelling, dat J. op zeer hoogen leeftijd, omstreeks 100 n. C., gestorven is. In deze eeuw echter willen sommigen, dat hij reeds 44 n. C. te Jeruzalem den marteldood vond, en wel op grond van een fragment van Papias en een zinspeling van Jezus. Ook is het de vraag, of er een tweede Johannes de Presbyter geweest is, dan wel of daarmee dezelfde J. bedoeld wordt. Deze wordt door Eusebius, Kerkgesch. III, 39, 5, onderscheiden met een beroep op Papias, die het echter telkens heeft over Presbyters, d. w. z. ouden, vertegenwoordigers van een ouder geslacht, waartoe hij ook den apostel rekent. Eusebius VII, 25 meent ook, dat er te Efeze twee graven van een J. waren. Zoo iets komt later meer voor, als men de juiste plek niet goed meer weet.