Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 10-01-2019

Intocht

betekenis & definitie

Intocht - van Israël in Kanaan. De traditioneele voorstelling dezer gebeurtenis, als zoude geheel Israël in één grooten veldtocht onder leiding van Jozua het land hebben veroverd (aldus het boek Jozua) is onhistorisch. De oudere berichten, b.v. in Richt. 1, melden, dat de verschillende stammen van het volk Israël min of meer eigenhandig optreden, soms op vreedzame wijze, soms door strijd.

Misschien heeft een deel (het latere Juda ?) reeds in Mozes’ tijd (1420 v. Chr.) een poging gedaan, om van ’t Z. uit in Kanaan binnen te dringen ; mogelijk heeft Hebron toen zijn nieuwen naam gekregen van de Chabiroe (zie HEBREEËN). Een ander deel is later bij Jericho over den Jordaan getrokken naar Bethel; wellicht is een derde gedeelte onder Jozua, verder ten N. bij Adam (thans EdDamije) den Jordaan overgestoken en heeft toen Sichem en omstreken bezet; zie GILGAL. — Het is niet raadzaam, den I. later te plaatsen dan in den El-Amarna-tijd ; vgl. EXODUSVRAAGSTUK en UITTOCHT. — Toen Israël in Kanaan was gedrongen, hield het binnenstroomen van woestijnstammen niet op : Midianieten (zie GIDEON) en Moabieten (die eerst bevriend waren geweest met Israël, en later hun vijanden werden, zie HESBON en EHUD) trachtten ook ’t kultuurland te veroveren, maar werden door Israël teruggeslagen.