Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 24-01-2019

Hoenderloo (het doorgangshuis te)

betekenis & definitie

Hoenderloo (het doorgangshuis te) - In het jaar 1839 werd de buurtschap H. „ontdekt” door O. G. Heldring (zie: de Veluwe, een wandeling van O. G. H. of het Doorgangshuis te H. na 40 jaren door Dr. L. Heldring, Bouwsteenen 1888). Heldring hielp H. aan een put, een school, een kerk. Later werd een huis gesticht, waarin verwaarloosden konden vertoeven, alvorens de maatschappij binnen te treden.

Dit huis kreeg den naam van Doorgangshuis. Aanvankelijk werden hier alleen meisjes geplaatst; de jongens gingen naar den heer Wolff te Dodewaard. Hierin kwam spoedig verandering; Heldring merkte op, dat de Veluwe beter was voor het opnemen van knapen, voor welke men overvloed van werk meende te vinden in ontginningen, boschaanleg; daarentegen waren er in de Betuwe meer gezinnen uit den middenstand gevestigd, bij wie de uit te besteden meisjes beter dan elders konden worden ondergebracht. Daarom werd H. voor jongens bestemd, 1849. (Het Doorgangshuis te Hoenderloo door Prof. Dr. J. J. P. Valeton, Bouwsteenen 1894, bl. 28). In den aanvang wilde men H. alleen ,,doorgangshuis” laten zijn, d. i. een gelegenheid tot voorloopige plaatsing, maar met de bedoeling de knapen zoodra mogelijk te brengen in Christelijke gezinnen.

In toenemende mate werden de groote moeilijkheden, die zich bij het in praktijk brengen van dit beginsel voordoen, gevoeld. Ten eerste, omdat geschikte gezinnen zich niet altijd laten vinden, ten tweede, omdat de knapen zelf vaak in een toestand verkeeren, die plaatsing in gezinnen ongewenscht maakt, „totdat hun lichamelijke en zedelijke eigenaardigheid het toelaat”. Terwijl dus oorspronkelijk aan een verblijf van „weken of maanden” was gedacht, zette zich dit allengs uit tot „jaren”, zonder dat daarom in beginsel de hoofdgedachte der stichting werd opgegeven. — Toen de noodzakelijkheid van een langdurig verblijf bleek, moest ook gezorgd worden naast opvoeding, voor onderwijs en opleiding. Daardoor is het huis, dat oorspronkelijk in 1849 ingericht was voor 12 jongens, uitgebreid tot een complex van gebouwen, en vindt men in de stichting: een afzonderlijk huis voor de schooljongens, voor de werkjongens, en de tuinbouwjongens, terwijl er is een eigen school, een drukkerij, werkplaatsen voor vakonderwijs en een boerderij. 1 Jan. 1919 waren op de stichting aanwezig 197 jongens, terwijl er nog een 60 tal in gezinnen waren besteed. Oorspronkelijk werden de onkosten door vrijwillige bijdragen bestreden, nu wordt daarnaast ook subsidie van de regeering voor bouw en verpleging aanvaard. De stichting heeft een eigen Maandblad „Hoenderloo”, waarvan de 7de jaargang in Jan. 1920 begon.