Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 24-01-2019

Groote alliantie

betekenis & definitie

Groote alliantie - naam van het verbond, dat 20 Nov. 1815 tot stand kwam tusschen Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen (tractaat van Parijs), waarbij deze vier staten overeenkwamen de verdragen van 1 Maart 1814 en 25 Maart 1815 (zie NAPOLEON I) te hernieuwen en een bondgenootschap te vormen, ten einde toezicht te houden op Frankrijk, van welks regeering ’t huis Bonaparte voor altijd werd uitgesloten. Bovendien besloten zij er zorg voor te dragen, dat de revolutionnaire beginselen niet opnieuw in Frankrijk of de andere staten tot uiting zouden komen. Mocht dit laatste echter geschieden, dan zouden deze vier staten die maatregelen treffen, welke in ’t belang van de rust van Europa noodig waren. Tot dit verbond, waarvan als leider optrad de Oost. min.

Von Metternich, werd in 1818 (congres van Aken Nov. 1818) Frankrijk toegelaten. Hecht was deze alliantie echter geenszins. Oostenrijk en Engeland wantrouwden de Russ. pol. Beide staten vreesden, dat Alexander naar gebiedsuitbreiding in den Balkan streefde, terwijl Engeland bang was voor vestiging van de Russ. macht in de Midd. zee (onderhandelingen van Rusl. met Spanje om afstand van Port Mahon in 1819; zie SPANJE). Zij dwarsboomden, zij het dan ook uit verschillende motieven, ’t streven van Rusl. om aan het lib. bewind te komen van Decazes in Frankrijk een eind te maken. Engeland verhinderde Rusland steun te verleenen aan Spanje tegen de opgestane koloniën in Z.-Amerika (1819). Toen er revol. bewegingen uitbraken in Spanje en Napels, kwamen de vijf groote mogendheden bijeen op ’t congres van Troppau (Oct. 1820), teneinde de. maatregelen te overwegen, die genomen moesten worden om de abs. macht der vorsten te herstellen. Hier werd door Rusland, Oostenr. en Pruisen de verklaring afgelegd, dat de gr. mog. ’t recht hebben zich te mengen in de inwendige aangelegenheden der andere staten, wanneer hier veranderingen in ’t staatsbestuur komen langs onwettigen weg.

Hoewel Eng. zich met deze stelling niet kon vereenigen en hierin gesteund werd door Frankrijk, keurde men goed, dat de Oost. reg. ’t absolutisme in de Ital. Staten herstelde (zie NAPELS). Op ’t congres van Laibach (tot Mei 1821) werd hiertoe besloten. Een scheuring in de Gr. A. dreigde er te komen in 1821, toen Rusl. aanstuurde op oorlog tegen Turkije en Eng. en Oostenrijk met interventie dreigden (zie OOSTERSCHE KWESTIE). Rusl., dat zich te zwak voelde tegenover deze beide staten, gaf toe en liet op ’t congres van Verona (Oct. 1822) de Grieken, die in verzet waren gekomen tegen de Turken, los. Op dit congres werd besloten, dat de Franschen ’t absolutisme zullen herstellen in Spanje (zie SPANJE). Na den dood van Alexander I (1825) voerde zijn opvolger Nicolaas I een nat.

Russische politiek (zie RUSLAND). Hij steunde in vereeniging met Eng. en Frankr. de opgestane Grieken tegen de Turken (zie GRIEKSCHE VRIJHEIDSOORLOG), zonder zich om Oostenr. te bekommeren. De Gr. A. had hiermede zijn geweldigsten slag gekregen. De Febr.rev. van 1830 in Frankrijk en de daarmee samenhangende opstand in België, brachten de zegepraal aan ’t Revol. beginsel. De Gr.

A. was feitelijk geëindigd. Tot bestrijding der revol. beginselen zouden de 5 gr. mog. niet meer samengaan. Litt. A. Debidour, Hist. dipl. de l’Europe, dl. I (1891).