Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 24-01-2019

Gewaarwording

betekenis & definitie

Gewaarwording noemt de psychologie het laatste element aller verbindingen in het bewustzijn, den materieelen grondslag van alle ervaringskennis. De gew. komen niet geïsoleerd voor, maar alleen in verbindingen (voorstellingen) en zijn fysiologisch afhankelijk van de zintuigen. Vroeger nam men vijf zinnen aan: gezicht, gehoor, reuk, smaak en gevoel. In plaats van den laatsten is, tengevolge van nieuwere onderzoekingen, gekomen: een zin voor druk en voor temperatuur (huid-oppervlakte), voor beweging (kennis verschaffend van de bewegingen der willekeurig beweegbare ledematen en de posities, die deze onderling in een anderen toestand dan die der rust innemen) en voor de vitaliteit (een verward bewustzijn gevend van de levensprocessen van bloedsomloop, ademhaling, voeding, afscheiding en sexualiteit).

De bewegings-geww. (kinaesthetische) zijn van groot gewicht voor de waarneming der ruimtelijke verhoudingen (actief tasten, beweging der oogspieren bij de welving der lens en de convergentie). De vitaliteits-geww. (koinaesthetische) zijn samengesmolten met (dikwijls zeer sterk wordende) gevoelens. Vele schijnbaar eenvoudige geww. zijn zeer samengesteld; zoo b.v. de geww. bij het opheffen van een last (aanraking, druk, spierenbeweging), en van den smaak (waarbij reuk en tast een gewichtige factor zijn). — Buitengewoon groot is de veelheid der reuk- en smaakgeww. Zij staan echter tot op zekere hoogte zonder samenhang naast elkaar en laten zich niet, zooals de tonen en kleuren in bepaalde volgorde met onmerkbare overgangen rangschikken. — De geww. worden veroorzaakt door prikkels, die op het zenuwstelsel inwerken, van buiten of van binnen het organisme kunnen komen en van verschillenden aard zijn: mechanische drukking en stooting, warmte, licht, electriciteit en chemische processen (de laatste vooral bij smaak en reuk). Een deel dezer prikkels (de algemeene) werken op alle sensibele zenuwen, voor sommige (de specifieke) zijn slechts bijzonder ingerichte zinsapparaten vatbaar (b.v. het oog voor licht). Eerst wanneer de door den prikkel veroorzaakte beweging der sensibele zenuw naar de hersenen is voortgeplant, ontstaat de gewaarwording. Over de verhouding van deze (als subjectief doorleven) tot datgene wat daaraan in het ruimtelijke object correspondeert, bestaat nog heden ten dage groote verwarring en onklaarheid, daar men, op de resultaten der kenniskritiek geen acht gevend, subject en object nog vrij algemeen op onhoudbare wijze tegenover elkaar stelt. Men pleegt b.v. als eigenschappen aan de geww. zelf (als subjectief verschijnsel): intensiteit, qualiteit (b.v. rood, zoet) en duur toe te kennen en zoo zocht Fechner in zijn Psychofysika de verhouding tusschen de sterkte van den prikkel en de intensiteit der gewaarw. exact-wetmatig vast te stellen.