Geslachtsnaam betekenis & definitie

Geslachtsnaam - Bij Keizerlijk Decreet van 18 Aug. 1811 werd aan ieder, die geen geslachtsnaam bezat, de verplichting opgelegd er een aan te nemen. Aan deze verplichting werd blijkbaar niet algemeen voldaan, want bij K. B. van 8 Nov. 1825, Stb. 74, werd nog eens uitdrukkelijk aan die verplichting herinnerd en tegen niet nakoming straf bedreigd, daar „het in sommige gedeelten des Rijks nog steeds plaats vindt om geen eigenlijken geslachtsnaam te voeren, maar integendeel veranderlijke bijnamen te dragen en deze telkens, bij verandering van woonplaats, met andere namen, die ontleend worden aan plaatsen of erven, welke opnieuw met der woon betrokken zijn, te verwisselen”. — Omtrent den overgang van den geslachtsnaam van ouder op kind, bepaalt de wet niets. Toch zal er nimmer aan worden getwijfeld, dat althans het wettige kind den naam van zijn vader draagt. Hetzelfde wordt ook aangenomen voor een natuurlijk kind, dat door den vader is erkend (zie arrest H. R. 26 Oct. 1878, W. 4308).

Erkent de vader niet, zoo verbiedt art. 32 B. W. diens naam in de geboorte-akte van het kind te vermelden. Erkent alleen de moeder, zoo kent men het kind den naam van deze toe. Ook als zij niet erkent, wordt vaak toch haar naam aan het kind gegeven. Een vondeling (zie art. 33 B. W.) kan op niemands naam aanspraak maken. — De vrouw gaat door huwelijk niet in het geslacht van haar man over. Zij behoudt dus haar eigen naam, al wordt ter nadere aanduiding veelal de naam van den man bijgevoegd. — Een adellijke titel of praedikaat behoort niet tot den naam.

Namen van heerlijkheden soms. — Het aannemen van een valschen naam levert op zichzelf geen misdrijf op. Wel kan het, bv. als middel tot oplichting gebruikt (art. 326 Sr.), als zoodanig strafbaar zijn. Ook is strafbaar hij, die door het bevoegd gezag naar zijn naam gevraagd, een valschen naam opgeeft (art. 436 Sr.). — Het veranderen van geslachtsnaam is niet geoorloofd zonder toestemming des Konings en evenmin het voegen van een anderen geslachtsnaam bij den zijnen (art. 63 B. W.). Het verzoek daartoe kan niet worden toegestaan dan na verloop van een jaar, te rekenen van den dag, waarop ervan zal zijn melding gemaakt in de Staatscourant (art. 64 B. W.). In den tusschentijd kunnen de belanghebbenden bij verzoekschrift aan den Koning de gronden doen gelden, waarop zij vermeenen zich tegen het verzoek te kunnen verzetten (art. 66 B. W.). Wordt het verzoek toegestaan, zoo zal het K. B. worden overhandigd aan den ambtenaar van den Burgerl. Stand van de geboorteplaats van den verzoeker, welke ambtenaar het in de loopende registers zal inschrijven en daarvan aanteekening doen op den kant der geboorteakte (art. 66 B. W.). De aldus verkregen naamsverandering of naamsbijvoeging kan nimmer worden aangevoerd tot bewijs van bloedverwantschap (art. 67 B. W.). — Op naamsverandering en -toevoeging is een vast zegelrecht verschuldigd van / 250 (art. 41 Zegelwet 1917). — Zie ook EIGENNAMEN.

Gepubliceerd op 24-01-2019