Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 24-01-2019

Gelijkvormig

betekenis & definitie

Gelijkvormig - Twee driehoeken zijn gelijkvormig, wanneer ze gelijke hoeken hebben; in dat geval hebben overeenkomstige (tegenover gelijke hoeken staande) zijden twee aan twee dezelfde verhouding. In ’t algemeen noemt men figuren gelijkvormig, wanneer ze zoodanig punt voor punt, lijn voor lijn, enz., overeenkomen; dat correspondeerende hoeken even groot zijn en dat de correspondeerende lijnen dezelfde verhouding hebben. De beide figuren kunnen dan als ’t ware beschouwd worden als gelijk in alle opzichten, behalve in de schaal, waarop ze zijn ontworpen; de eene figuur is de vergrooting of verkleining van de andere. — Gelijkvormigheid van figuren van 2 afmetingen is slechts mogelijk in het platte vlak. Op gebogen oppervlakken kunnen 2 figuren in ’t algemeen niet gelijkvormig zijn, zonder congruent te zijn.

Op den bol bijv. is gelijkvormigheid niet mogelijk. In de ruimte is gelijkv. mogelijk, voorzoover ze als „lineaire ruimte” wordt gedacht. — Wanneer van 2 gelijkvormige figuren de overeenkomstige lijnen bovendien evenwijdig zijn en de verbindingslijnen van overeenkomstige punten bovendien door één zelfde punt (het gelijkvormigheidspunt) gaan, noemt men de figuren gelijkvormig gelegen (homothetisch). Twee cirkels in ’t platte vlak en twee bollen in de ruimte kunnen altijd als gelijkvormig gelegen beschouwd worden, en wel op twee wijzen.