Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 19-01-2019

Financiën

betekenis & definitie

Financiën, geldzaken, geldelijke aangelegenheden. Het woord is afgeleid van het Lat. finis, dat in de Middeleeuwen werd gebruikt voor hetgeen men op een bepaalden tijd aan de overheid moest opbrengen (vergel. het Eng. fine. boete). Met financiewezen wordt dan ook in het bijzonder aangeduid al hetgeen tot de geldelijke aangelegenheden der overheid behoort. Zoo al hetgeen betreft de inkomsten en uitgaven, belastingheffing, begrooting en rekening, de geldelijke verhouding van verschillende organen van den staat, overheidsleeningen en andere schulden, de delging daarvan, domeinen enz.

Ook het muntwezen wordt er wel onder gerekend. — De opperste leiding onzer staatsfinanciën berust bij een afzonderlijk departement: het ministerie van financiën. Dit neemt niet weg, dat ook de andere departementen hun financieele aangelegenheden hebben en zoo ook hun eigen begrooting. Iedere overheidsmaatregel toch heeft ook een financieele zijde. De minister van financiën zal echter zoo noodig in de eerste plaats voor versterking der geldmiddelen stappen moeten nemen. Vandaar dat de verschillende departementen aan hem van tevoren hunne ontwerp-begrootingen inzenden, opdat hij kan nagaan of de tot dekking vereischte middelen kunnen worden gevonden. Omtrent bezuinigingen, die op die ontwerpen noodig blijken, wordt daarop in den Ministerraad beslist. — Tot hiertoe was slechts sprake van overheidsfinanciën. Het woord fin. wordt echter ook ruimer gebruikt voor alle geldelijke aangelegenheden ook van particulieren. Dan valt daaronder dus b.v. ook het geheele bankwezen.