Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 19-01-2019

Empirie

betekenis & definitie

Empirie - (Gr. empeiria), ervaring. Empirisch beteekent dus, op ervaring berustend, uit e. ontspringend, afgeleid. Het tegengestelde is: rationeel, apriorisch, transcendentaal. Men bedoelt dan eigenlijk met „ervaring” de waarneming van de enkele gegeven dingen en het feitelijk gebeuren.

Soms spreekt men van „het gebied der ervaring” in tegenst. tot het „transcendente”, het aangene zijde van de ruimtelijktijdelijke wereld liggende. Empirisme, de leer, volgens welke alle vertrouwbare kennis alleen op ervaring berust. Aan de onheilvolle verwarring, die het vaag en onklaar gedachte begrip „ervaring” in het wijsgeerig denken veroorzaakte en nog veroorzaakt, kan alleen een einde komen door een strenge kennis-kritiek, waardoor de met het ervarings-begrip nauw samenhangende begrippen: werkelijkheid, waarneming, noodwendigheid, bewustzijn e. a. eerst in het rechte licht geplaatst worden. — De empiristische wijsgeeren stellen „het gegevene” der ervaring op verkeerde wijze tegenover het denken. Zij construeeren zich het tot stand komen onzer kennis eigenlijk zoo. De ervaring brengt ons in de uiterlijke en innerlijke waarneming in aanraking met het „gegevene” (dat zich eenvoudig als zoo en zoo zijnde opdringt zonder dat wij den grond van dit bepaalde zoo-en-zoo-zijn kennen), d. i. met de afzonderlijke, enkele, concrete dingen en feiten der buitenwereld en de afz. enkele concrete inhouden onzer ziel.

Dat gegevene, deze kennis-stof, zou dan door het denken tot kennis „verwerkt” worden, zoo, dat uit het bijzondere, enkele, logisch niet als noodwendig ingeziene het algemeene en wetmatignoodwendige door inductie wordt afgeleid. (Stuart Mill gaat zelfs zoo ver, dat hij de zoogenaamde denkwetten, b.v. het principium contradictionis, een A dat als B gedacht wordt, kan niet als niet-B gedacht worden, op de ervaring wil baseeren). Maar het is niet in te zien met welk recht zoo het niet-logische logisch kan gemaakt worden, hoe het (toch uit het bewustzijn stammende) denken dat gegevene (dat ons door een buiten ons bewustzijn bestaande werkelijkheid zou opgedrongen worden) aan zijn heerschappij zou kunnen onderwerpen. Men beseft niet, dat voor de opvatting (waarneming) van het zoo en zoo gegevene het denken onmisbaar is (zelfs dat rood „niet” blauw is, is niet gegeven!) dat in het als enkel en concreet opgevatte ’t algemeen-geldende denken zijn kracht al geopenbaard heeft, al in functie getreden is. Al ons kennen begint met, maar ontspringt daarom nog niet uit, de ervaring. In de fysiologische psychologie staat, in zake het ontstaan der voorstellingen van ruimte en tijd, het Empirisme tegenover het Nativisme.