Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 19-01-2019

Element

betekenis & definitie

Element - 1) (natuurk.), combinatie van geleiders van zoodanigen aard, dat door middel ervan chemische energie in electrische energie kan worden omgezet. Daartoe is het noodig, dat geleiders van de tweede soort hetzij onderling of met geleiders van de eerste soort gecombineerd worden. (Zie ELECTROMOTORISCHE KRACHT). De electrische energie, die bij de chemische omzetting vrijkomt, hangt af van de chemische energie, die hierbij optreedt, benevens van de Peltierwarmte (secundaire warmte) bij doorgang van den stroom. Niet alle combinaties van geleiders zijn even geschikt voor de samenstelling van een e., aangezien bij zeer vele tengevolge van de polarisatie der electroden de electromotorische kracht niet constant is.

Worden b.v. twee electroden resp. van zink en koper in verdund zwavelzuur gedompeld, dan ontstaat aanvankelijk in den draad, die ze verbindt, een electrische stroom, doch zeer spoedig wordt de koperelectrode (de anode) met een laagje zuurstof, de zinkelectrode (de kathode) met een laagje waterstof bedekt, die den electrischen stroom tengevolge van de vermindering der electromotorische kracht, verkleinen en ten slotte geheel doen ophouden. Een dergelijk e. is derhalve onbruikbaar; het is niet-omkeerbaar, omdat het niet door den stroom in tegengestelden zin te laten stroomen weer in den oorspronkelijken toestand kan worden gebracht, nadat het stroom gegeven heeft. De eerste, die een omkeerbaar e. van constante electromotorische kracht construeerde, was Daniëll (e. van Daniëll); eene bekende modificatie hiervan is het e. van Meidinger. Verdere zeer bekende e. zijn die van Leclanché, Grove, Bunsen, het chroomzuurelement. Waar tegenwoordig de electrische stroom in de meeste gevallen door dynamomachines wordt geleverd, worden de e. niet meer veel gebruikt, doch vroeger speelden ze, tot batterijen vereenigd, als electriciteitsbron eene groote rol. Voor het vergelijken van electromotorische krachten en potentiaalverschillen worden normaalelementen gebezigd. Voor zeer veel doeleinden worden ook droge e. gebezigd,waarvan de samenstelling zeer verschillend is, deze bevinden zich o.a. in electrische zaklantaarns.

2) (scheik.), een stof, die met de tegenwoordige hulpmiddelen niet meer te splitsen is in twee of meer andere, e. zijn daardoor onderscheiden van mengsels en chemische verbindingen, waarbij een dergelijke splitsing wel mogelijk is. Het aantal thans bekende e. bedraagt 82 (zie de lijst der atoomgewichten Dl. I); daarenboven is in het periodiek systeem der elementen, zooals dit door de latere onderzoekingen is gecompleteerd, nog plaats voor 14 andere e. liggende tusschen de bekende. Bij de alchemisten representeerde het begrip e. een eigenschap, meer dan het begrip van stof. In dezen zin zijn hun e. water, vuur, aarde en lucht op te vatten.