Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

Drukken

betekenis & definitie

Drukken - (textielindustrie), plaatselijk verven van vezelstoffen. Men onderscheidt directen druk, etsdruk en reservedruk.

1) Directe druk Hierbij wordt van kleurstof, zoo noodig onder bijvoeging van bijtsstoffen, een pap gemaakt, die door toevoeging van verdikkingsmiddelen de juiste consistentie heeft. Daarna wordt gedroogd en gedampt. Vervolgens wordt de pap er weer uit verwijderd, waarbij men dikwijls gebruik maakt van diastafoor of moutextract.
2) Etsdruk. De vezelstof wordt eerst geverfd en dan opgedrukt met stoffen, die in staat zijn haar te vernietigen, daarna drogen, dampen, wassehen.
3) Reservedruk. De vezelstof wordt bedrukt met stoffen, die óf beletten, dat zij later geverfd kan worden (zooals de was bij het batikken), óf die het ontwikkelen van de verfstof gedurende het dampen tegengaan. Daarna wordt geverfd, eventueel gedampt en gewasschen. De bedrukte plaatsen worden dan niet aangeverfd.

Door in de reservepap of in de etspap kleurstoffen te mengen, die tegen de inwerking ervan bestand zijn, krijgt men bonten druk. De eenvoudigste druk is de hand-druk, die nog veel wordt toegepast bij het drukken van groote dessins. De teekening bevindt zich en relief op den drukvorm en bestaat uit verheven deelen van het hout, uit koperen pennetjes, die in het hout zijn ingeslagen, koperen reepen, enz.; groote vlakken worden met vilt bekleed De hand-druk, machinaal gemaakt, geeft den Perrotine-druk. Hierbij worden de drukblokken, die als boven gemaakt zijn, machinaal bewogen, van drukpap voorzien en afgedrukt, terwijl na eiken afdruk het goed automatisch een patroonlengte voortbewogen wordt. Bij den rouleauxdruk maakt men gebruik van koperen walsen, waar het patroon in is gegraveerd; het voorzien van drukpap en het drukken geschiedt als in een rotatiepers.