Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

Drôme

betekenis & definitie

Drôme - Dept. van Frankrijk; 6560 K. M.2, 324.000 inw. Hoofdpi. is Valence. Het bevat een deel van het Vóór-(kalk-) Alpengebied van Dauphiné en een deel van de Rhônevlakte ten O. van die rivier. In het Oosten verheft het zich tot 2400 M. De beukenen naaldwouden zijn voor een groot deel uitgeroeid, waardoor de verkarsting toegenomen is.

Het gedeelte der Rhônevlakte is over het algemeen vruchtbaar. In ’t Z., tusschen Saulces en Pierrelatte, komen de krijtheuvels onmiddellijk aan de Rhône, en vormen hier met die van het Centraalmassief de Poort van Montélimar. De voornaamste rivieren, die van het O. naar het W. het departement doorstroomen, zijn de Isère, de Drôme en de Eygues. — De vlakte wordt over het algemeen intensief bebouwd. Voornaamste producten zijn tarwe, maïs, aardappelen, rhabarber, meloenen en boomvruchten, n.l. moerbeien, noten en amandelen. De vroeger zeer aanzienl. wijnbouw heeft veel geleden door de druifluis. Beroemd is de Hermitage-wijn (bij Tain aan de Rhône).

Alleen in het Z. aan den Rhône-oever worden echte zuidvruchten (sinaasappelen, olijven) verbouwd. Men vindt er veel truffels. In het gebergte is veeteelt (vooral schapen en varkens) het hoofdmiddel van bestaan. In de vlakte zijdeteelt. Ijzer wordt in het geb. gewonnen. Industrieën in de steden: zijde, grove linnen doeken, wolspinnerijen, papier en lekkernijen (pasteien, noga de Montélimar, suikerwerk), hout, wijn, zijde, wol en vruchten.