Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

Directoire

betekenis & definitie

Directoire - regeeringsvorm in Frankrijk van 26 Oct. 1795—9 Nov. 1799 (18 Brumaire VIII.) Het Directoire rustte op de grondwet van het jaar III (1795). Er was een Wetgevend Lichaam (Corps Législatif) van 750 leden, verdeeld in twee Kamers, den Raad der Vijfhonderd (Conseil des Cinq-Cents) en den Raad der Ouden (Conseil des Anciens) van 250 leden, gekozen door de departementale kiezersvergaderingen (assemblées électorales); deze waren op haar beurt, naar censuskiesrecht, gekozen door de grondvergaderingen (assemblées primaires). Ieder jaar zou 1/3 van het Wetgevend Lichaam aftreden. Om lid van den Raad der Vijfh. te wezen, moest men minstens 30 jaar oud zijn; voor den.Raad der Ouden was een leeftijd van minstens 40 jaar vereischt.

De wetsvoorstellen gingen uit van den Raad der Vijfhonderd; na aanneming door den Raad der O. kregen deze kracht van wet. Het uitvoerend bewind was toevertrouwd aan een Directoire exécutif van 5 leden, die minstens 40 j. oud moesten wezen, en door het Wetg. L. werden gekozen in dezen vorm, dat de R. der Vijfh. bij geheime stemming een lijst der candidaten in 10-voud opmaakte, waaruit de R. der 0. dan een keuze deed. Ieder jaar trad een der Directeuren af, die eerst na 5 jaar herkiesbaar was; de leden presideerden ieder gedurende 3 maanden. In het binnenland was de macht van het D. beperkt: zoo waren de finantiën aan zijn beheer onttrokken, en toevertrouwd aan 5 commissarissen, door het Wetg.

Lich. gekozen. In buitenlandsche aangelegenheden had het D. de leiding van de diplomatie en van de krijgsverrichtingen; het verklaarde oorlog en sloot verbonden, alles onder medeweten en goedvinden van het Wetg. Lichaam. 30 Oct. 1795 werden de leden van het Dir.ex.gekozen: La Révellière-Lépeaux, Reubell, Sieyès, Le Tourneur en Barras. Toen Sieyès weigerde, werd hij vervangen door Carnot. De directeuren benoemden de ministers (voor binnenlandsche zaken, justitie, oorlog, buitenlandsche zaken, marine, finantiën, politie); zij waren agenten van het D. en vormden geen eigenlijk ministerie (zie FRANKRIJK, Geschiedenis).

Gelijksoortige staatsregelingen werden ingevoerd in de van Frankrijk afhankelijke republieken, zoo in 1798 in de Bataafsche Republiek. Deze had een Eerste Kamer van 64 leden; een Tweede Kamer van 30 leden; samen vormden zij het Vertegenwoordigend Lichaam. Het Uitvoerend Bewind telde 5 leden, gekozen door de beide Kamers buiten hare leden: de Eerste Kamer maakte een drietal op, waaruit de Tweede Kamer een keuze deed; jaarlijks trad één lid af. Verder waren er 8 agenten of ministers (buitenlandsche zaken, oorlog, marine, finantiën, justitie, politie, opvoeding en oeconomie), door het college van Directeuren gekozen.