Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

2018-12-13

Ding

betekenis & definitie

Ding - in den algemeensten zin is alles, wat gedacht wordt als een zeker zelfstandig bestaan hebbend, als een zekeren tijd durend en samenblijvend geheel, als „drager” van eigenschappen en wisselende toestanden. In engeren zin wordt de term gebruikt van de lichamen der ruimtewereld. Hij kan ook aangewend worden op levende organismen (planten, dieren en menschenlichamen). De mensch als geestelijk wezen echter heet niet „ding” maar „persoon”. — Bij het nadenken over de vraag, of het ding werkelijk een „drager” is van de eigenschappen en toestanden, die men er aan toeschrijft, of naast deze accidenties nog een afzonderlijke substantie moet worden aangenomen, blijkt, dat de eenheid, die wij in het ding veronderstellen, inderdaad slechts de eenheid is, waarin ons denkend verstand de gegeven veelheid wetmatig samenvat.

Terwijl het realisme de dingen beschouwt als van het kennend bewustzijn onafhankelijke realiteiten, blijft volgens Kant’s Kritisch Idealisme de eenheid van het ding binnen het gebied onzer ervaring (natuurwetenschap) steeds relatief. Kant’s beroemde of beruchte „ding op zichzelf” (Ding an sich) is niets dan de eeuwige taak van ons kennen, die door de eigenaardige gesteldheid onzer ervaring (hare beperktheid door de wetten der zinnelijke aanschouwelijkheid, ruimte en tijd) nooit vervuld worden kan. Het begrip „Ding an sich” beteekent bij hem niets dan het onbereikbare einddoel der wetenschap, de uiterste grens, waartoe ons menschelijk kennen alleen naderen kan. Na Kant is men het Ding a.s. (ongeveer samenvallend met het Absolute) weer als door het speculatieve denken kenbaar gaan beschouwen. Zie ook PHAENOMENON en NOÖUMENON.