Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

Conversie

betekenis & definitie

Conversie - 1) omzetting, omwisseling, in het bijz. van effecten. Bij voorkeur wordt het woord gebruikt, indien een obligatie van een bepaald rentetype wordt omgewisseld tegen een van een ander rentetype. Ook kan dan wel de rentewijziging eenvoudig door afstempeling der stukken daarop worden vermeld. Men onderscheidt vrijwillige en gedwongen c., naar gelang de houder der obligatie al of niet tot c. wordt gedwongen.

Gedwongen c. kan feitelijk alleen de staat toepassen. Tenzij zij als belasting wordt opgevat, brengt zij steeds een zekere rechtskrenking mede. Vrijwillige c. heeft veelal plaats, indien het den schuldenaar, hetzij doordat zijne credietwaardigheid is toegenomen, hetzij door daling van den rentestand, mogelijk is tegen lagere rente dan tot dusverre door hem betaald moest worden, geld te leenen. Hij geeft dan aan de houders der obligaties de keuze tusschen renteverlaging of aflossing der stukken. Meermalen tracht men die keus te bepalen door het beloven van eene uitkeering in geld. Eene dergelijke vrijwillige c. is natuurlijk alleen mogelijk, indien zij niet bij het aangaan der eerste leening uitdrukkelijk of stilzwijgend (b.v. door de vaststelling van een vast plan van aflossing; over dit geval kan trouwens verschillend worden gedacht) is uitgesloten. Naast deze c., waarbij de rente verlaagd wordt, komen, hoewel minder veelvuldig, ook c. naar boven (dus met renteverhooging) voor. Zij is b.v. in de laatste jaren hier te lande toegepast door een aantal hypotheekbanken, teneinde aan hare pandbrieven meer aantrekkelijkheid voor het publiek te geven.

Tot deze c. werden dan veelal toegelaten de houders van een beperkt aantal pandbrieven, daarvoor door het lot aangewezen. — C. naar boven is in den laatsten tijd ook door vele oorlogvoerende landen toegestaan aan houders van staatsschuld, welke minder rente draagt dan de nieuw uitgegevene. Zij konden deze ruilen tegen nieuwe schuld met hooger rente, maar van minder nominale waarde. Op deze wijze vermindert dus de staat het nominaal bedrag zijner schuld. — 2) Hoewel onder C. in de Indische administratie zoowel de verwisseling van huur in erfpacht als die van communaal in individueel bezit, of van individueel bezit in agrarisch eigendom (op Java) wordt verstaan, zoo wordt het woord toch het meest gebruikt voor de verandering van communaal in individueel bezit, welke plaats heeft volgens de regels gesteld bij Kon. Besl. van 11 April 1885 (Ind. St. 1885 No 102); de voornaamste bepalingen daarvan zijn, dat ¾ van de deelgerechtigden in den communalen grond de verandering moeten wenschen; dat elk deelgerechtigde een aandeel in individueel bezit krijgt, en dat, wanneer ambtsvelden der dorpsbestuurders bestonden, een evenredig deel van den grond daarvoor moet afgezonderd blijven.

Hoewel men vroeger van deze C. groote verwachtingen had voor den econom. vooruitgang van den Javaanschea landbouwer en de C. soms wel door Gouvernementsambtenaren bevorderd is geworden, bleek de Inl. bevolking op Java er weinig voor te gevoelen, zoodat soms jaren voorbij gingen, dat geen C. plaats had. Zie GRONDBEZIT en RECHTEN OP DEN GROND. — 3) in de logika: die omkeering van het oordeel, waarbij Subject en Praedikaat van plaats verwisselen. Zij is zuiver, simplex, wanneer de quantiteit van het oordeel (algemeen, bijzonder) onveranderd blijft. B.v. eenige S zijn P, eenige P zijn S. Onzuiver daarentegen (per accidens) is zij, wanneer het oordeel van algemeen: bijzonder wordt, b.v. alle S zijn P, eenige P’s zijn S.