Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

Condominium

betekenis & definitie

Condominium, mede-eigendom, gemeenschappel. eigendom van meer personen ieder voor een onverdeeld aandeel (pro indiviso). Deze toestand kan ontstaan door erfopvolging en ook krachtens overeenkomst. Eene algem. wettel. regeling ontbreekt bij ons. Slechts artt. 749, 757, 1212, 1922 en 1923 B. W. geven eenige bepalingen voor bijz. gevallen. — Uit den aard der zaak wordt ieder eigenaar door het recht van zijnen mede-eigenaar beperkt.

Zoo zullen zij slechts gezamenlijk over de zaak mogen beschikken of in haren toestand veranderingen mogen brengen (melior est prohibentis conditio). — De verdeeling van een aan meer personen toebehoorende zaak geschiedt overeenkomstig de regelen ten opzichte van de scheiding en verdeeling der nalatenschappen voorgeschreven (art. 628 B. W.). Zie BOEDELSCHEIDING. Een bijzondere soort mede-eigendom bestaat bij een mandeeligen muur, bij de huwelijksgemeenschap en bij de maatschap of vennootschap. Voor deze soorten bevat de wet enkele bijzondere regelen.