Capaciteit betekenis & definitie

Capaciteit - vermogen om te bevatten.

1) Hoeveelheid electriciteit, noodig om een geleider op den potentiaal* gelijk aan de eenheid te laden, wanneer alle omringende geleiders den potentiaal nul hebben. Onder deze omstandigheden is de lading van een geleider evenredig met zijn potentiaal. Is de geleider bolvormig, en zijn er geen andere geleiders in zijne nabijheid, dan is zijne c. evenredig met den straal. Bedraagt de straal 1 c.M., en is de lading de electrostatische* eenheid van electriciteit, dan is de potentiaal van den bol gelijk aan de eenheid (zie ELECTROSTATICA). De c. van een bol van die afmetingen wordt daarom in het electrostatische* stelsel van eenheden gelijk aan de eenheid gesteld. In dat stelsel is daarom de eenheid van c. de c.M., de c. van een bol met een straal van R c.M. bedraagt derhalve R. In het gebruikelijke stelsel van eenheden is de eenheid van c. die c., welke door eene hoeveelheid electriciteit van één coulomb* tot een potentiaal van één volt* wordt geladen. Beze draagt den naam farad* en bedraagt 9 x 1011 c.M. In de electrotechniek wordt het éénmillioenste deel van deze eenheid onder den naam microfarad* gebezigd, deze is dus gelijk aan 9 x 105c.M. — Be c. van een condensator* is de hoeveelheid electriciteit, die het positieve bekleedsel er van heeft, wanneer dit den potentiaal één en het andere den potentiaal nul heeft. Be c. van een condensator neemt toe, naarmate de afstand der bekleedselen afneemt, bij zeer kleinen afstand is de c. er in het algemeen omgekeerd evenredig mede. — De c. van een alleenstaanden geleider neemt steeds toe door de aanwezigheid van andere geleiders in de nabijheid, die van een condensator ondervindt hiervan een veel geringeren invloed.
2) Bij strooming van electriciteit door vloeistoffen wordt ook van c. gesproken, waaronder verstaan wordt de verhouding van het geleidingsvermogen* eener vloeistof in een vat van zekere gedaante tot het specifiek geleidingsvermogen* van dezelfde vloeistof. Beze c., ook wel weerstandscapaciteit* genaamd, is afhankelijk van de gedaante van het vat en de er in aanwezige electroden*. Be bepaling der weerstandscapaciteit is een probleem, dat theoretisch veel overeenkomst vertoont met dat van de bepaling der c. van een condensator.
3) C. van een rivier, de hoeveelheid water, welke door haar per seconde wordt afgevoerd. Beze is in de eerste plaats afhankelijk van de grootte en den vorm van het dwarsprofiel en de tweede factor is de snelheid van het water. Maar bovendien heeft een rivier bij elke wisseling van de waterhoogte een verschillende c. Men geeft deze daarom ook steeds ten opzichte van een zekeren waterstand aan, b.v. bij M. R. of n. M. + N.A.P. Voorts is de c. afhankelijk van de plaats. In gewone gevallen heeft een rivier dicht bij haat monding grooter c. dan bij hooger gelegen punt. Men bepaalt de c. door de meting van het dwarsprofiel beneden den waterspiegel en van de snelheid van het water op verschillende punten in dat dwarsprofiel. Zie AFVOER en HYBROMETRIE. De capaciteit van een duiker is eveneens de hoeveelheid water, welke bij zeker peil daardoor geloosd kan worden. Eveneens kan men spreken van de capaciteit van een uitwateringssluis, een rioolbuis of andere leiding van vloeistoffen of gassen.