Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 09-11-2018

Breuk

betekenis & definitie

Breuk - 1) (rekenkunde en algebra) onuitgewerkte deeling; het deeltal wordt als „teller” bovenaan geschreven, de deeler als „noemer” onder. Tusschen teller en noemer ligt de horizontale breukstreep.Gaat de noemer zonder rest op den teller, dan kan de breuk door vereenvoudiging tot een geheelen vorm gemaakt worden; ze heet dan oneigenlijke breuk, bijv.

$$$\frac{12}{6} \frac{a^{2}+a}{a+1} \frac{x^{2}-y^{2}}{x+y}$$$ zijn oneigenlijke breuken. Is de teller grooter dan de noemer, of kan van den teller een veelvoud van den noemer afgezonderd worden, dan heet de breuk onecht, bijv:

$$$\frac{7}{5} \frac{a+2}{a+1} \frac{x^{2}+xy+x^{2}}{x+y}$$$ Anders is de breuk echt, bijv.

$$$\frac{3}{8} \frac{3}{a+1} \frac{x+y}{x^{2}+y^{2}}$$$ Is de noemer van de breuk een macht van 10, dan heet de breuk tiendeelig of decimaal; de notatie ervan kan dan in overeenstemming gebracht worden met die der geheele getallen, zonder dat daarvoor een breukstreep vereischt wordt; men schrijft dan 0,3 voor 3/10, 0,03 voor 3/100, 1,25 voor $$$\frac{125}{100}=1+\frac{2}{10}+\frac{5}{100}$$$ 2) Van een b. spreekt men in de aardkunde bepaaldelijk als het optreden van een scheur in de aardkorst gepaard gaat met verplaatsing ten opzichte van elkaar van de beide ter weerszijden daarvan gelegen, aanvankelijk samenhangende deelen van een gesteentelaag, Een verschuiving is altijd tevens een b.; voorts kan intensieve plooiing leiden tot een b.: plooibreuk.

3) B. wordt in de beschrijvende mineralogie gebruikt als afkorting voor: aard van het breukvlak. Men onderscheidt mineralen met vlak-, diep-, groot- en klein-schelpvormige, met vlakke, oneffen, gladde, splinterige. hoornachtige, aardachtige en hakige breuk.
4) (Waterb.), vernieling van een materiaal door overbelasting. De b. heeft gewoonlijk voor oorzaak trek, druk, schuiving, wringing, schokken; welke afzonderlijk of gelijktijdig de b. kunnen teweeg brengen. Om b. te voorkomen, wordt bij het berekenen der constructies een zekerheidscoëfficient toegepast Bij sommige materialen kan door het onderzoek der breukvlakken, hun vorm, kleur enz. de hoedanigheden en den aard van het materiaal bepaald worden. Men spreekt alsdan van korrelige, zijdeachtige, vetachtige, hoekige breukvlakken, b.v. de breukvlakken van gietijzer verschillen van die van smeedijzer en deze ook weer van de br. vl. van staal, zachtstaal verschilt in de b. van hard staal. Bij het onderzoek der delfstoffen speelt bet onderzoek der br. vl. eene groote rol.
5) (Wapenk.) naam voor de veranderingen, welke jongere zonen en bastaarden in het vaderl. wapen aanbrengen, om zich te onderscheiden van den oudsten tak, die het volle wapen voert. De aldus gewijzigde wapens heeten gebroken. De invoering der b. dateert reeds van vóór Lodewijk IX (Saint-Louis). — De onderscheidene wijzen waarop een wapen gebroken kan worden zijn: a) Door de kleuren te behouden maar al de verdeelingen of stukken te veranderen; dit was de eerste wijze van breken, welke in zwang kwam, doch spoedig in onbruik geraakte, uit hoofde van de onvermijdelijke verwarring, die het moest veroorzaken. Het volgende voorbeeld uit de herald. geschiedenis van het Er. koningshuis moge afdoende zijn: Het wapen van dat huis was een blauw veld, bezaaid met gouden leliën; de jongere zonen behielden die beide kleuren, doch kozen geheel andere stukken; zoo voerden de hertogen van Bourgondië van de eerste dynastie, geschuinbalkt van zes stukken goud en blauw met een blauw schildhoofd beladen met drie gouden leliën; de graven van Dreux geschakeerd van goud en blauw met een rooden zoom.
6) Door al de figuren te behouden, maar de kleuren te veranderen. Zoo voerde Arkel in zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken; en van de jongere zonen uit dat huis: Dalem, het veld rood, de balken zilver; Slingelandt, het veld zwart, de balken zilver. — c) Door de stukken en kleuren te behouden maar de orde waarin de stukken geplaatst waren, te veranderen of om te keeren. Het huis Suriano te Venetië voerde doorsneden van zwart en zilver, met een ankerkruis van ’t een in ’t ander; de jongere zonen voerden doorsneden van zilver en zwart, met een ankerkruis van ’t een in ’t ander. — d) Door het getal der wapenfiguren te verminderen. De graven van Barcelona voerden in goud vier roode palen, en het provençaalsch huis Foix, dat van die graven beweert af te stammen, in goud drie roode palen. — e) Door het getal der wapenfiguren te vermeerderen. Het huis Clare in Ierland voerde in goud drie roode kepers. De graven van Pembroke, die daarvan afstamden bedekten hun geheele schild mét beurtelings gouden en roode kepers. — ƒ) Door een of meer nieuwe stukken bij het wapen te voegen.

Hiertoe heeft men een vaste reeks van figuren aangenomen. Het zijn in gebruikelijke volgorde: de barensteel, de wassenaar, de vijfpuntige ster, het meerltje, de ring, de lelie, de roos,het ankerkruis en het achtblad.—g) Door de gedaante der stukken te veranderen. Het huis De la Baume in Savoye voert in goud een blauwe schuinbalk; een jongere tak, De la Baume de Montrevel voert met dezelfde kleuren dien balk hoekig. — h) De kwartileering van het vaderl. wapen met het wapen van een familie waaraan men verwant is, wordt ook als een b. beschouwd, evenals door de helmteekens of schildhouders te veranderen. — 6) (Geneesk.). Onder b. verstaat men bijna altijd een ingewandsbreuk (Hernia). Dit is eene aangeboren of verkregen uittreding van een deel van de buikingewanden in een uitzakking van de buikholte, de z.g. breukzak. Aan een b. onderscheidt men de plaats waar ze optreedt, de breukpoort, den breukzak en den breukzakinhoud.

Het menigvuldigst komen b. aan het lieskanaal voor, de liesbreuk (h. inguinalis). Men onderscheidt hierbij uitwendige of indirecte en inwendige of directe liesb. De uitwendige liesb. doorloopt het geheele lieskanaal en komt bij verder uitzakken bij den man in den balzak (scrotum), bij de vrouw in de groote schaamlippen (labia majora). De inwendige b. treedt onmiddellijk door de uitwendige opening van het lieskanaal naar buiten. Ligt de b. onder den liesband, dan volgt zij de groote vaten van het been en komt aan de bovenbinnenzijde van de dij te voorschijn, dijbreuk (h. femoralis).

Komen de ingewanden door de navelopening, dan heet dat een navelbreuk (h. umbilicalis). De breuk van het ovale gat (h. obturatoria) in het bekken komt onder de spieren van het bovenbeen en is moeilijk te herkennen. De heupbreuk (h. ischiadica, de bilnaadbreuk (h. perinealis) komen zelden voor. Tegenover deze b., die aan de lichaamsoppervlakte komen, staan de z.g. inwendige b. Dringen ingewanden door het middenrif, dan bestaat een middenrifsbreuk (b. diaphragmat i c a). Ook in nissen van het darmscheil* kan een breuk ontstaan, dit zijn de inwendige buikb.

De inhoud van den breukzak wordt meestal gevormd door een of meer lissen van den dunnen darm; soms door den dikken darm, blinden darm, groote net, de blaas, en bij de vrouw de eierstok of de baarmoeder.

Liesbreuken komen veel vaker bij mannen dan bij vrouwen voor, het omgekeerde is het geval met de dijbreuken.

Bij het ontstaan van een b. spelen zwakke plaatsen van den buikwand een rol die, door de buikpersbewegingen, springen enz., aan den aandrang der ingewanden geen weerstand kunnen bieden en tot de uitzakking van de buikholte op die plaats leiden. De verschijnselen, die een b. geeft, zijn van plaatselijken en van algemeenen aard. De plaatselijke verschijnselen bestaan in het optreden eener zwelling, die bij staan grooter is dan bij liggen, die bij hoesten, persen e.d. toeneemt; in het algemeen niet pijnlijk is en waarvan de huid niet verkleurd is. De algemeene verschijnselen zijn zeer verschillend, stoornissen in den stoelgang, misselijkheid, moeiten met tillen van zware lasten, bij het loopen, een gevoel van spanning e.d.

Bij de meeste b. is de inhoud door bepaalde manipulaties (taxis) door den breuklijder zelf in de buikholte terug te brengen; de b. is reponibel. Is dat niet mogelijk, dan is de b. irreponibel. Dit kan komen doordat de breukpoort te klein is, de breukinhoud te groot of door vergroeiingen van den inhoud met den breukzakwand. De belangrijkste oorzaak der irreponibiliteit is de inklemming of incarceratie van de breuk. Deze ontstaat dan, wanneer de in den breukzak gelegen darmlis door de breukpoort zoo nauw wordt omsloten, dat de in dien darmlis gekomen inhoud er niet meer uit kan.

Dan hoopt zich die inhoud al meer en meer op, de bloedstoevoer wordt minder goed door den druk, en ernstige gevolgen, als versterf van de darmlis, doorbraak, enz. treden op als niet tijdig chirurgische hulp wordt ingeroepen. Bij de verschijnselen aan de ingeklemde b. voegen zich algemeene verschijnselen, braken, vaak van drekstoffen, het niet loozen van winden, geen stoelgang, collapsverschijnselen. Is een breuk reponibel, dan kan, na terugbrengeng van den inhoud in de buikholte, wat het gemakkelijkste in liggende houding geschiedt, het uitkomen van den b. worden voorkomen door het dragen van een breukband. Bij een irreponibele b. mag nooit een breukband worden aangewend. In de meeste gevallen wordt hij een b. de, tegenwoordig zoo goed als volkomen gevaarlooze, chirurgische behandeling toegepast.