Biologie betekenis & definitie

Biologie, de leer van het leven in den meest algemeenen zin. Omvat dus de kennis van dieren en planten, maar ook de levensverschijnselen van den mensch. Het begrip dekt zich ten deele met natuurlijke historie, waaronder echter ook de leer van de ertsen en gesteenten gerekend wordt. In engeren zin is het woord b. ook nog wel eens gebruikt voor de kennis van de levensverschijnselen van plant en dier, voor zoover die beperkt zijn tot wisselwerkingen met de omgeving.

Meestal wordt daarvoor tegenwoordig van oekologie gesproken. Zoo spreekt men b. v. van bloemenbiologie, wanneer men de leer van de adaptaties der bloemen aan insekten en windbestuiving bedoelt. Het woord is in de boven aangegeven ruimste beteekenis het eerst gebezigd in 1802 door Treviranus; het wordt zoowel in Duitschland als in Nederland tegenwoordig meestal in dien zin gebruikt (een biol. stud. is dus een student in de plant- en dierkunde). In Frankrijk duidt men de physiologie vaak met den naam „biologie” aan, in Engeland de zoölogie.

Litt.: S. Tschulok, Das System der Biologie in Forschung und Lehre, 1910; R. Hesse, Biologie in „Handwörterbuch der Naturwissenschaften”. Band I. 1912.