Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 06-12-2018

Bijenwas

betekenis & definitie

Bijenwas - de grondstof, waarmede de bijen (Apis, mellifera) hunne raten bouwen. Het wordt door de werkbijen in kleine schijfjes aan de buikzijde der verschillende lichaamsringen, met uitzondering van de beide voorste, afgescheiden, met de tong opgenomen en met de kaken tot, uit zeszijdige cellen bestaande, raten gevormd; hierin worden de eieren gelegd en uitgebroed en de honig bewaard. Heeft men den honig verwijderd, dan wordt de overblijvende wasmassa door omsmelten in kokend water gezuiverd; het zoo verkregen was is geel van kleur. Door bleeking verkrijgt men het witte was.

Dit geschiedt door het in dunne schijven of wel in lange dunne kisten langdurig (6—10 weken) aan het zonlicht bloot te stellen. Engelsch-Indische was (Ghedda-was), Zuid-Amerikaansche was (Audaquie-was) en was van de Antillen, afkomstig van verwante bijensoorten, wijken eenigszins af van het Europeesche product; de kleur is b.v. veel donkerder. Bijenwas bestaat in hoofdzaak uit een mengsel van cerotinezuur en myricine (d. i. palmitinezure myricylester), daarnaast koolwaterstoffen.