Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 06-12-2018

Bevaarbaar

betekenis & definitie

Bevaarbaar (waterb.), heeten rivieren en kanalen, die kunnen bevaren worden. Sommige rivieren zijn enkel b. gedurende een zekeren tijd van het jaar, wanneer het water niet te hoog of niet te laag staat (Boven-Maas in Limburg). Bij te lage standen is er niet genoeg diepte voor de schepen en de vaargeul is te smal en te onregelmatig. Bij hooge standen wordt de scheepvaart te gevaarlijk.

Het meerendeel der niet genormaliseerde of gekanaliseerde rivieren zijn slechts stroomafwaarts bevaarbaar; stroomop is de stroom te sterk (Bovenmaas). Rivieren, welke niet bev. zijn, kunnen bev. gemaakt worden door normaliseering* of door kanalisatie*. Niet alle kanalen zijn bevaarbaar, bijv. sommige bevloei√Įngskanalen. Het spreekt van zelf, dat de bevaarbaarheid afhangt van de afmetingen der schepen, welke op den waterweg voorkomen. Het gebeurt aldus, dat een waterweg, welke vroeger goed bevaarbaar was, het thans niet meer is, zonder dat hij nochtans veranderd werd.