Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 06-12-2018

Bajonet

betekenis & definitie

Bajonet - een matig lang stootwapen, bestemd om aan den loop van het geweer bevestigd te worden. Het gebruik van dit wapen trad het eerst in Frankrijk op, midden 17e eeuw. De naam wordt wel geacht in verband te staan met den naam der stad, waar het wapen zou zijn uitgevonden: Bayonne, of met het Spaansche woord „bayona”, buitenkansje. Aanvankelijk was de b. een 3 d.M. lang tweesnijdend mes, dat met een houten steel in den loop van het geweer werd gestoken; eerst nadat de bevestiging door middel van een schaft (bajonetsluiting) geschiedde en de b. een omgebogen hals verkreeg, werd het gebruik geleidelijk algemeen (1700). De klingen kregen drie- of vierhoekige doorsneden met bloedgeulen. Nadat reeds bij enkele troependeelen (o.a. hier te lande bij de mariniers) de sabelbajonet in gebruik gekomen was, die desgewenscht ook als vuistwapen dienst kon doen, hebben thans de bajonetten van vrij wel alle moderne geweren den vorm van korte sabels* of hartsvangers*, waarvan het gevest op een haft aan den bovenhand van het geweer is te bevestigen.