Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

August

betekenis & definitie

August - 1) Friedrich, 1840-1900, Duitsch wiskundige, schreef o.m. over oppervlakken van den derden graad.

2) de Jongere, Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel, 1579-1666, werd in 1635 regeerend vorst en beijverde zich in zijn land de rampen van den Dertigjarigen oorlog te lenigen, vandaar zijn bijnaam van Senex divinus; in 1651 gaf hij een wet op het onderwijs. Hij heeft zich ook als geleerde en schrijver bekend gemaakt; onder het pseudoniem Gustavus Selenus gaf hij uit: Das Schachoder Königsspiel (1616); Cryptomenyticaeet Cryplographiae Libri IX (1624); ook als regeerend Hertog nog schreef hij een Geschichte des Herrn Jesu (1640) en een Evangelische Kirchenharmonie. A. is de stichter der beroemde bibliotheek te Wolfenbüttel.
3) laatste aartsbisschop van Maagdenburg, zoon van Keurvorst Johann Georg I van Saksen, geb. 1614, overl. 1680, werd in 1628 tot zijn hooge kerkelijke waardigheid gekozen. Bij den vrede van Munster werd hem zijn bezit voor den tijd van zijn leven gewaarborgd, maar na zijn dood vervielen de stad en het hertogdom Maagdenburg aan de Keurvorsten van Brandenburg. A. trad in 1647 in het huwelijk en legde daarom zijn bisschoppelijke waardigheid neer, doch bleef administrator van het bisdom. Hij is de stamvader van de zijlinie Saksen-Weiszenfels van het Albertinisch-Saksische huis, die in 1746 uitstierf.
4) Paul Friedrich, Groothertog van Oldenburg, 1829-53, oudste zoon van Hertog Peter Friedrich Ludwig en prinses Elisabeth van Württemberg; hij werd geb. 1783 op het slot Rastede; na het bezetten van Oldenburg door de Franschen (1811) ging hij met zijn vader naar Rusland; in 1816 teruggekeerd, huwde hij in 1817 prinses Adelheid van Anhalt-Bernburg-Schaumburg (overl. 1820); in 1825 Ida, haar zuster (overl. 1828); bij zijn inhuldiging, 1829, nam hij den titel van Groothertog aan, welke titel door het Weener congres aan de vorsten van Oldenburg was toegestaan, doch door A.’s vader niet gevoerd was geworden; in 1831 huwde hij Cecilia, jongste dochter van den gewezen Zweedschen Koning Gustaaf IV Adolf, die in 1844 stierf. Uit zijn eersten echt werden geboren de prinsessen Amalia, later koningin van Griekenland, en Friederike (overl. 1891); uit zijn tweeden echt Groothertog Peter; uit zijn derden echt hertog Anton Günther Friedrich Elimar (geb. 1844, overl. 1895). A. stierf 1853 en werd opgevolgd door zijn zoon Peter.
5) Friedrich, Groothertog van Oldenburg, kleinzoon van den vorige, geb. 1852, kwam 1900 aan de regeering; in tweeden echt gehuwd met hertogin Elisabeth van Mecklenburg, uit welk huwelijk een zoon Nicolaas en twee dochters geboren zijn.
6) Wilhelm, prins van Pruisen, broeder van Frederik II, 1722-58, nam deel aan de Silezische oorlogen en den Zevenjarigen oorlog, maar geraakte in onmin met zijn broeder, tegen wien hij een Relation über den Feldzug von 1757 (1769 gedrukt) schreef. Hij is, als vader van den lateren Koning Friedrich Wilhelm II, geboren uit zijn huwelijk met Louise Amalia van Brunswijk, de stamvader van de linie der Hohenzollerns, die thans in Pruisen regeert. A.’s briefwisseling met zijn koninklijken broeder is uitgegeven in deel 15 van de Politische Korrespondenz Friedrichs des Groszen (1887); zijn Mémoires door Naudé in deel I van de Forschungen zur brandenburgischen und preussischen Geschichte (1888).
7) Friedrich Wilhelm Heinrich (1779-1843), prins van Pruisen, jongste zoon van August Ferdinand, een broeder van Koning Frederik II, nam deel aan den slag bij Jena, werd bij Prenzlau gevangen genomen; na zijn terugkeer in Pruisen in 1808 tot chef der artillerie benoemd, deed hij veel voor de hervorming van dat wapen. Hij maakte de veldtochten van 1813/14 mede, en onderscheidde zich o. a. bij Leipzig en Laon.
8) Keurvorst van Saksen, geb. 1526 te Freiburg, waar zijn vader, hertog Hendrik de Vrome, voor zijn komst aan de regeering in 1539, hof hield; in 1548 huwde hij Anna, dochter van Christiaan III van Denemarken; in 1553 kwam hij bij den dood zijns broeders, Keurvorst Maurits, aan de regeering; in 1577 bracht hij de „Konkordienformel”, waardoor een gematigd Protestantisme in zijn landen werd ingevoerd, tot stand; toen in 1585 zijn gemalin stierf, huwde hij Hedwig, de 13-jarige dochter van Vorst Joachim van Anhalt; hij stierf 1586 te Dresden, en werd opgevolgd door zijn zoon Christiaan I. A. heeft door weinig rechtmatige middelen zijn gebied aanmerkelijk uitgebreid, doch overigens ook den bloei zijner landen op velerlei wijzen bevorderd.
9) Emil Leopold, Hertog van Saksen-Gotha en Altenburg (1804-22), zoon van Hertog Ernst II en prinses Charlotte Amalia van Saksen-Meiningen, geb. 1772; hij aanvaardde 1804 de regeering. A. stichtte onder meer kunstverzamelingen het Chineesche kabinet te Gotha. Hij stierf 1822. Van A.’s letterkundige voortbrengselen is slechts gedrukt een bundel liederen en idyllen onder den titel Kyllenion oder Auch ich war in Arkadien (1805).
10) Friedrich Eberhard, prins van Württemberg en generaal in Pruisischen dienst, 1813-85, maakte de oorlogen van 1866 en 1870 mede en had als commandant van het gardecorps een roemrijk aandeel aan de slagen bij Gravelotte en bij Sedan en bij het beleg van Parijs.