Ast (balthasar van der) betekenis & definitie

Ast (balthasar van der) - Nederl. schilder, geb. te Middelburg vóór 1590, in 1656 nog woonachtig te Delft. V. d. A. is te Middelburg waarschijnlijk een leerling geweest van Ambrosius Bosschaert, 1619 werd hij in het Gilde te Utrecht opgenomen en schonk 1629 een vruchtenstuk aan het JobsGasthuis; 1632 werd hij onder den naam van d. A. „alias van Aelst,” lid van het gilde te Delft, waar hij het burgerrecht verwierf. Van der A. schilderde bloemen, vruchten, schelpen en diergel. in een eenigszins spitsen, fijnen trant, die soms aan het werk van den z. g. fluweelen Brueghel doen denken. Gedateerde stukken van hem te Cambridge van 1622, te Gotha van 1622, 1624 en 1625.

Men vindt zijn werk ook in het Mauritshuis, ’s Rijks Museum, de musea te Christiania, Emden, Berlijn, Dresden, Dessau. Waarschijnlijk is Jan Davidsz. de Heem te Utrecht zijn leerling geweest, Vgl. Thieme-Beckers Künstlerlexikon.

Gepubliceerd op 17-01-2019