Assur-bani-pal betekenis & definitie

Assur-bani-pal - koning van Assyrië (669— 626 v, Chr.), zoon en opvolger van Assarhaddon. In het O.T. heet hij Asenapper (Ezra 4,10; schrijffout?), bij de Grieken Sardanapallos. Hij was niet alleen een strijder, maar had ook oog voor geestelijke belangen. In zijn residentie Ninive (zie KOEJOENDJIK) liet hij een reusachtige biblotheek aanleggen met vele duizendtallen kleitafeltjes, waarop allerlei belangrijke teksten gecopiëerd waren.

Wat van deze verzameling over is, bevindt zich thans in het Britsch Museum. — In ’t begin van zijn regeering trok hij op tegen Egypte en verwoestte Thebe (Nahum 3, 8—10). Tyrus onderwierp zich, Gyges van Lydië huldigde hem. Met zijn broeder Samas-soem-oekin, koning van Babylonië, kwam hij in oorlog en overweldigde hem. Elam werd door hem vernietigd, A. had alle tegenstanders overwonnen. Maar de kracht van Assyrië was gebroken; Egypte ging verloren (zie PSAMMETICHUS I). Nog kon A.’s krachtige persoonlijkheid ’t rijk bijeenhouden: spoedig na zijn dood stortte ’t voor goed ineen.

Gepubliceerd op 17-01-2019