Arum betekenis & definitie

Arum - Aronskelk, Aronsbaard, Kalfsvoet, geslacht der Araceeën met twee soorten in Nederland: A. maculatum, de gevlekte A. (plaat Giftige planten I, fig. 9) met gevlekte, pijlvormige bladeren en een witte, van buiten groene bloeischeede. Alle deelen van de plant zijn giftig, vooral de bessen. De knol (Aronswortel, Tubera Ari) is scherp en in ongekookten toestand oneetbaar, echter na drogen of verwarmen niet schadelijk meer en een goed, zetmeelhoudend voedsel. De andere soort, de Italiaansche Aronskelk (A. italicum), is in Nederland verwilderd en heeft witgeaderde bladeren.

Uit den wortelstok wordt in het gebied van de Middellandsche Zee een soort zetmeel gemaakt. Vrij algemeen wordt gekweekt de Rouw-Aronskelk, A. Sanctum = A. palaestinum, een knolgewas, dat in de koude kas thuis behoort en in ’t voorjaar bloeit met tamelijk groote bloeikolven van een fluweelachtige, zwarte kleur. A. cornutum guttatum kan als droogbloeier gebruikt worden; levert in den zomer buiten een mooi, groot, gemarmerd blad.