Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Accijns

betekenis & definitie

Accijns - Binnenlandsche indirecte verteringsbelasting, veelal van verbruiksartikelen geheven. Zij wordt óf bij de productie geïnd óf eerst bij het in den handel brengen (zgn. debietrechten). In het eerste geval treft zij alleen de in het land gefabriceerde goederen en wordt zij veelal aangevuld door een invoerrecht op uit het buitenland ingevoerde artikelen van dezelfde soort. Teneinde de mededinging met het buitenland voor de nijverheid niet te verzwaren, wordt de a. bij uitvoer meestal terugbetaald: drawbacks.

Oorspronkelijk waren de a. eene plaatselijke belasting op levensmiddelen, die uit andere deelen van hetzelfde land aangevoerd werden, een soort binnenlandsche invoerrechten dus. Van dien aard zijn thans nog vrijwel de octrois in Frankrijk (zie Octroi). Deze wijze van belastingheffing is van zeer ouden datum. Naarmate de accijnzen meer in handen van het centraal gezag kwamen, werden ze meer en meer eene algemeene belasting op het verbruik van bepaalde artikelen. Zie voor de vooren nadeelen der a. als wijze van belastingheffing „Indirecte belastingen”, tot welke groep belastingen zij behooren. Een nadeel, aan de a. in het bijzonder eigen, is echter, indien zij aan de fabriek geheven worden, veelal eene belemmering der productie, daar de administratie, teneinde de inning te verzekeren, licht tot reglementeering der productie overgaat. Bij debietrechten geldt hetzelfde bezwaar, zij het in mindere_mate, voor den handel.

Hier te lande worden a. geheven van de volgende artikelen: suiker, wijn, gedistilleerd, zout, bier, azijn en geslacht. Vroeger was het aantal belaste artikelen grooter. In 1852 werd de a. op schapen- en varkensvleesch, in 1855 die op brood, in 1863 die op brandstoffen afgeschaft. Verder werden in 1865 alle gemeenteaecijnzen, tot dien tijd een zeer voorname bron van inkomsten voor deze lichamen, afgeschaft (zie Gemeentefinanciën). Evenwel werd bij de wetten van 10 April 1866, St. 25—72, eene tijdelijke uitzondering gemaakt voor 48 gemeenten. Dit getal is thans teruggebracht tot 3: Helder, Vlieland en Vlissingen, welke krachtens wetten van Dec. 1915 eene belasting mogen heffen op gedistilleerd. De opbrengst der rijksacc. hier te lande in 1914 bedroeg:

suiker ƒ 27.086.000 wijn - 1.402.000 gedistilleerd - 31.328.000 zout - 1.901.000 bier en aijzn - 1.531.000 geslacht - 6.029.000 Totaal / 69.277.000 of f 11.04 per hoofd der bevolking.

Krachtens art. 37 der wet van 23 Dec. 1914, Stb. 612, zullen ter gedeeltelijke voorziening in de middelen tot dekking van rente en aflossing der oorlogsleening 1914 gedurende de jaren 1915,1916 en 1917 van eenige accijnzen opcenten worden geheven.