Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Aartsdiaken

betekenis & definitie

Aartsdiaken - heette in de R. Kath. Kerk oorspronkelijk die diaken, welke den bisschop in de uitoefening van zijn ambt onmiddellijk ter zijde stond. Zijn macht was vroeger zeer groot, niettegenstaande hij, als diaken, in waardigheid beneden de priesters stond. In vele bisdommen werden vanaf de 8ste eeuw meerdere aartsdiakens aangesteld, ieder over een eigen district, ten einde het bestuur te vergemakkelijken (zie ook AARTSPRIESTER).

Langzamerhand bleek het noodig, de macht van den A. te beperken, en strengere eischen te stellen aan de candidaten voor deze waardigheid. Thans is het oorspronkelijke ambt van den A. grootendeels overgegaan op den Vicaris-generaal van het bisdom. In sommige bisdommen, b.v. in die van ons land, bestaat zelfs de naam A. niet meer; in andere is het slechts een titel, waaraan evenwel geen enkel voorrecht meer verbonden is.