Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 15-06-2020

werkelijk

betekenis & definitie

bn. en bw. (-er, -st),

1. wezenlijk bestaand of wel wezenlijk zijnd: een — gevaar; het — leven, het leven zoals het in feite is; werkelijke schuld, waarvan rente betaald wordt; (bij uitbreiding) vaste staatsschuld en inschrijvingen op het grootboek; in werkelijke dienst, actief;
2. (bw.) inderdaad, stellig, wezenlijk: het is — waar; als bw. van modaliteit: geloof me, ik weet het — niet, heus niet.