Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 15-06-2020

wereld

betekenis & definitie

v./m. (-en),

1. het heelal, hemel en aarde met alles wat zij bevatten: het ontstaan van de —; (zegsw.) het was (een lawaai) of de — verging; (ook) in toepassing op een deel van de kosmos of een gedacht tegenbeeld ervan: de andere —, het rijk der doden; de onderwereld, de hel: naar de andere — verhuizen, sterven; iemand naar de andere — helpen, zenden, hem doden;
2. hemelbol, hemellichaam of systeem van hemellichamen: de oneindig vele werelden in de ruimte;
3. oneindige veelheid: een — van ideeën;
4. aarde: ter — komen, geboren worden; niets ter — bezitten, totaal niets; op deze — is niets volmaakt; een reis om de —; de Nieuwe Wereld, Amerika en Australië; de Oude Wereld, Europa en Azië; het mooiste weer van de —, dat je maar denken kunt;
5. generatie: de tegenwoordige —; de oude —, de oudheid, m.n. de Grieks-Romeinse; ook de toestanden en de levensorde van een tijdperk: de — van toen, van nu;
6. de bezigheden, genoegens e.d. van het leven: zich uit de — terugtrekken, der — afsterven, zich aan de samenleving onttrekken;
7. de gehele mensheid: de hele — weet het; (in beperkter zin) alle mensen in een bepaalde cultuurof levenskring: de oosterse —; de uitgaande —; (ook) levenswijze van zulke kringen: een man van de —; categorie van personen, kring: de geleerde —; de vrije —, de landen die niet onder een autoritair regime staan;
8. de mensen: in de ogen van de —; (spr.) de — wil bedrogen zijn;
9. kring van andere levende wezens: de — van het dier, van de planten;
10. sfeer, levenskring: ieder heeft (leeft in) zijn eigen —; de intellectuele —; de — van het boek; een — in het klein, microcosmos;
11. aardoppervlak, grond, bodem; (gemeenz.) iets tegen de — gooien, op de grond; tegen de — gaan, in onmacht vallen;
12. als gezichtssfeer in de zegsw. het is vandaag een kleine —, het is mistig; het is de witte —, het heeft gesneeuwd.