Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 31-01-2022

Verlamming

betekenis & definitie

v. (-en),

1. het verlammen;
2. (geneeskunde) paralyse, krachtverlies van een of meer spieren, veroorzaakt door een afwijking in het zenuwstelsel of in de spier zelf, waardoor de controle over de spierfunctie is uitgevallen.

GENEESKUNDE

Verlammingen treden op door aandoeningen van die gedeelten van het perifeer en het centraal zenuwstelsel die met de spieren een functionele relatie hebben, nl. het bewegingscentrum in de hersenen, motorische kernen, de piramidebaan, de motorische zenuwen, motorische schakelcellen in het ruggemerg, de motorische eindplaten, en alle verbindingen tussen deze onderdelen. Elke verstoring in de voortgeleiding van impulsen van het bewegingscentrum naar de spiervezel heeft functie-uitval van die spiervezel tot gevolg. Deze verstoring kan b.v. ontstaan door een verwonding (doorsnijding) van een motorische zenuw, door een hersenbloeding die zenuwbanen in de hersenen onderbreekt, door infectieuze aantasting van de motorische cellen in het ruggemerg (kinderverlamming). Uitval van de spierfunctie kan natuurlijk ook voorkomen als gevolg van beschadiging van de spier zelf. Een lichte graad van verlamming heet parese. Bepaalde aandoeningen leiden niet tot spierverslapping, maar juist tot verhoogde spiertonus (spastische verlamming). Uitval van spierfunctie leidt vrij snel tot atrofie van die spier.

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.