Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 19-06-2020

veer

betekenis & definitie

o. (veren),

1. plaats waar men een water kan worden overgezet (e); (fig.) hij gaat over de veren, overal legt hij eens aan, m.n. om te borrelen; 2. inrichting voor en dienst van een verbinding per schip tussen twee tegenover elkaar gelegen punten aan de oevers van een water; 3. ook de verbinding, beurtvaart; 4. veerboot, veerpont (e).

(e) RECHT. Men onderscheidt overzetveren, die een stroom of water dwars of in schuine richting over plegen te steken, van de ene oever naar de andere; beurtveren, veerdiensten die stromen of wateren een in eindweegs in hun lengte volgen en twee of meer plaatsen verbinden. Het recht om met uitsluiting van ieder ander, personen en goederen over te zetten en veergeld te heffen valt samen met de plicht tot bediening. Het behoorde in de middeleeuwen tot de ➝heerlijke rechten.

SCHEEPVAART. Als vaartuig voor een veer dienen veelal (platboomde) (veer)ponten, over smalle wateren veelal kettingponten en ➝gierponten, bij bredere stromen heeft men motorponten. Een veer dat gebruik maakt van een (veer)pont heet pontveer. Voor grotere wateren worden speciale schepen gebruikt, tegenwoordig ook ➝draagvleugelboten en ➝luchtkussenvaartuigen. Veerboten die zeeëngten (b.v. Westerschelde) of de zee bevaren (b.v. Engeland-continent, de zgn. Kanaalboten) voldoen aan de eisen voor zeeschepen. Zeegaande veerboten zijn nagenoeg alle uitgerust met passagiersaccommodatie, soms met slaapgelegenheid variërend van vliegtuigstoelen tot luxehutten.