Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 29-06-2020

uitstrekken

betekenis & definitie

(strekte uit, heeft uitgestrekt),

1. voor zich uitsteken, uitrekken: de armen naar iets —; languit doen liggen: iemand op de operatietafel —; zich op de grond —, zich in zijn volle lengte op de grond leggen; 2. doen reiken: zijn macht verder
3. zich — tot, over, een oppervlakte beslaan: deze bossen strekken zich uit tot, reiken tot; deze bepaling strekt zich niet uit tot, geldt niet voor.