Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 29-06-2020

tuigage

betekenis & definitie

v., al wat tot de optuiging van een schip behoort, het rondhout met staand en lopend touwwerk; in engere zin alleen het laatste.

tuigen (tuigde, heeft getuigd),

1. iets optuigen, het tuig aandoen: een paard
2. (zeevaart) van tuig voorzien, optakelen, toerusten.

tuighuis

o. (-huizen), (hist.) arsenaal, wapenhuis; (ook fig.).