Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 29-06-2020

trouwen

betekenis & definitie

(trouwde, heeft en is getrouwd), huwen: wanneer denken de jongelui te —?, in de kerk — , het huwelijk laten inzegenen; voor de wet —, op het stadhuis; (spr.) — is houwen, als men getrouwd is kan men er niet meer af ; zo zijn wij niet getrouwd, dàt hebben we niet afgesproken; ten huwelijk nemen; (overdr.) een fortuin —, iemand met veel geld; in de echt verbinden, resp. een echtverbintenis inzegenen: de burgemeester trouwde hen.