Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 26-09-2020

2020-09-26

taalpsychologie

betekenis & definitie

v., (ook: psycholinguïstiek), tak van wetenschap die psychische aspecten van het taalgebruik onderzoekt.

(e) Oorspronkelijk werd taalpsychologie alleen door psychologen beoefend. Het traditionele onderzoeksgebied omvat de processen die ten grondslag liggen aan taalgebruik (spreken, luisteren, schrijven, lezen); taalpsychologen onderzoeken b.v. de taalontwikkeling, het leren van een vreemde taal, de taalbeheersing (gedifferentieerd naar leeftijd en milieu), vormen van afwijkend taalgebruik (b.v. afasieën) en het verbale geheugen.

In de jaren vijftig kwam samenwerking tussen linguïsten en psychologen op gang. De taaltheoretische inbreng van de linguïstiek leidde tot een heroriëntering in de onderzoeksgebieden van de taalpsychologie, waarvoor de term psycholinguïstiek werd ingevoerd. Aan het eind van de jaren vijftig kreeg de psycholinguïstiek een nieuwe impuls door de publicaties van de psycholoog G.A.Miller en van de linguïst A.N.Chomsky, die de tot dan toe overheersende invloed van de behavioristen doorbraken. In de jaren zestig werd een stroom van onderzoekingen gewijd aan de fundamentele vraag op welke kennis de taalbeheersing berust en aan de vraag in hoeverre Chomsky’s transformationeel-generatieve theorie een antwoord vormt.

Ca. 1970 begon de enorme invloed van de Chomskiaanse taalkunde wat af te nemen. Er ontstond hernieuwde belangstelling voor betekenisregels in de taal (semantiek) en voor andere taalaspecten die in Chomsky’s theorie geen of onvoldoende aandacht krijgen, zoals de relatie tussen situatie en taalgebruik, en in ruime zin de communicatiefunctie van de taal. Ook de benadering van de Russische psycholoog L.S.Vigotsky, die zich richt op het verband tussen denken en taal, heeft westerse linguïsten beïnvloed. Daarnaast spelen ontwikkelingen in de systeemtheorie, de logica, de technologie (computer, video) enz. een rol wat betreft de methoden van onderzoek. Dit alles leidde tot een grote diversiteit in inzichten en resultaten.

LITT. L.S.Vigotsky, Thought and language (1962); C.Osgood en T.Sebeok (red.), Psycholinguistics (2e dr. 1965); A.Blumenthal, Language and psychology (1970); B.Tervoort e.a., Psycholinguïstiek (1972); G.A.Miller (red.), Communication, language and meaning (1973); J.E. Grimes. The thread of discourse (1975); J.A.Fodor, The language of thought (1977).