Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 16-06-2020

symbool

betekenis & definitie

beeldt (e)[<Gr. synbolon, het samenvallen van twee dingen], o. (-bolen), 1. een werkelijkheid (handeling, of zaak); die samenvalt met een andere werkelijkheid en deze vervangt, samenvat en uitbeeldt (e);

zinnebeeld: een zwaard is het — van de gerechtigheid: 2. symbolum; 3. (psychologie) object dat in de plaats treedt van dat waarop een drift of een instincthandeling gericht was (e); 4. (wetenschap en techniek) letter, lettercombinatie, teken om een begrip, een bewerking, een instrument, een eenheid enz. aan te duiden (tabel).

(E) FILOSOFIE. In het Duitse 19e-eeuwse idealisme, en voornamelijk voor Hegel, was het symbool een niet-willekeurig teken van een moeilijk of niet te verwoorden werkelijkheid. De notie van symbool speelt een grote rol in de 20e-eeuwse hermeneutische filosofie, zoals bij P.Ricoeur (De l’interprétation, 1965), waar men het aldus kan benaderen: het symbool is een mentaal en affectief schema, dat zich in de herinnering en de affectiviteit indrukt als resultaat van een ervaring; door middel van dit schema vat het subject een werkelijkheid samen die zijn menselijke ervaring te boven gaat. Naast dit aspect, dat gebonden is aan de individualiteit van het subject, vertoont het symbool tevens een aantal betekenisaspecten, die het verkrijgt vanuit de cultuurcontext waarin het subject leeft: taal, gewoonten, specificiteit van de gemeenschap. Beide aspecten samen brengen het symbool tot stand, dat zich onderscheidt door zijn eigenaardig statuut: het blijkt tezelfdertijd vanuit de werkelijkheid en ervaring te ontstaan en toch alle gegevenheid te overstijgen: het bezit zelfs een normerende en stichtende capaciteit, die het subject constitueert. In deze lijn moet men b.v. het vadersymbool en vele kosmologische symbolen bestuderen (hemel, aarde, vuur e.a.); symbool en verbeelding vormen dan ook een voornaam object van de 20e-eeuwse antropologie.

In de logica is symbool het teken tegelijk met zijn betekenis (→semiotiek). Het wordt soms echter ook zuiver syntactisch gebruikt voor het teken met afzien van zijn betekenis, wanneer nl. dit teken in een algebraïsche vorm weergegeven wordt om variabelen uit te drukken. In deze zin wordt symbool gebruikt, wanneer een bewering door het symbool wordt weergegeven, →symbolische logica.

LITT. E.Cassirer, An essay on man (1944); C.H. Hamburg, Symbol and reality (1956); C.Lévi Strauss, Het wilde denken (1968); P.Ricoeur, Wegen van de filosofie (1970). GODSDIENSTGESCHIEDENIS. Hier blijkt dat in het niet-moderne denken het symbool en datgene wat het ‘verbeeldt’ geen twee afzonderlijke grootheden zijn, maar één en ondeelbaar: wat het een overkomt, overkomt ook de (het) ander(e), het vernietigen van het een betekent de ondergang van de (het) ander(e), wordt het ene gezegend, dan ondervindt de (het) ander(e) welvaart. M.a.w. symbool en het ‘verbeelde’ participeren aan elkaar.

Bekende symbolen zijn o.a. de staf, het kruis, de banier, het wiel, de fallus, het godsbeeld (mens-, dierof plantvormig) en het getal. De participatie leeft in het christendom nog voort, b.v. in de mis en het Avondmaal. In het moderne denken krijgt het symbool echter de zuivere betekenis van ‘teken voor iets’: de doodskop wordt symbool voor de dood, de weegschaal voor het recht, de ring voor het huwelijk. LITT. G.van der Leeuw, Phänomenologie der Religion (2e dr. 1956); M.Eliade, Beelden en symbolen (1963); S.Wisse, Das religiöse Symbol (1963);

J.J.M.Timmers, Christel, symboliek en iconografie (2e dr. 1974).

PSYCHOLOGIE. In de psychoanalyse van Freud is een symbool een bewust droomof gedachtenbeeld dat in de plaats is gekomen van een ander, voor het ego onaanvaardbaar beeld. Dit vervangingsproces, symboolformatie, is een gevolg van een onbewuste censuur die het ego toepast. Ook het feit dat een bepaald beeld eigenlijk een ander, niet toegelaten beeld symboliseert, blijft dus zonder psychoanalyse onbewust, →droom, PSYCHOLOGIE.

Volgens de theorie van Jung zijn veel droombeelden symbolen die afkomstig zijn uit het collectief onbewuste. Deze symbolen ontstaan niet door censuur van het ego, maar zijn vertalingen van algemeen menselijke ideeën in beelden, derhalve uitingen van een primitief beeldend denken, dat van oudsher gemeenschappelijk bezit van de mensheid is.