Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 16-06-2020

Staten

betekenis & definitie

(stenden, standen; Fr.: états), vertegenwoordigend lichaam in de Nederlanden. Vanouds regeerde in West-Europa de landsheer in samenwerking met vertegenwoordigers van zijn onderzaten.

Wanneer deze bestonden uit afgevaardigden van bepaalde standen, dan was er sprake van een standenof statenvergadering. Het ontstaan van zulke Staten is in de diverse Ned. gewesten verschillend geweest. Uiteindelijk bestond deze in de meeste provincies uit een ridderschap en vertegenwoordigers der stemhebbende steden. In sommige gewesten hebben daarin ook geestelijken zitting gehad en, in Friesland, Groningen en Drenthe, vertegenwoordigers van de eigenerfden. In Friesland en Groningen bestond geen ridderschap zoals in andere provincies, terwijl in Drenthe het stedelijke element ontbrak. Sedert de Tachtigjarige Oorlog (1568—1648) vormden de Staten in de Noordned.

Republiek de soevereine hoge overheid van het gewest, totdat hieraan door de Bataafse omwenteling (1795) een einde is gekomen. In de Zuidelijke Nederlanden werden de Staten na de verovering door de Fransen (1792-93, en sinds 1794) opgeheven.LITT. S.J.Fockema Andreae, De Ned. Staat onder de Republiek (3e dr. 1969).