Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 16-06-2020

spel

betekenis & definitie

o. (-en, -len),

1. bezigheid die zonder enige praktische doelstelling, alleen om zichzelf, tot vermaak of ontspanning wordt verricht (e): een met blokken, met lucifers; een ontspanning die aan bepaalde regels is gebonden, b.v. knikkeren, hinkelen, hockey en andere balspelen; als vertoning: brood en spelen; als manifestatie en wedstrijd: de Olympische Spelen; spel dat door het geluk wordt beheerst en om winst gespeeld wordt (hazard- of kansspel): grof —, om een hoge inzet; gelukkig zijn in het -, daarbij winnen; iets op het zetten, tot inzet maken; meestal fig.; gevaarlijk — spelen, een groot risico nemen; geen zuiver -, niet eerlijk bedoeld; er komen allerlei onberekenbare factoren in het —, de ontwikkeling, het verloop is niet te voorzien; dat blijft buiten —, blijft buiten beschouwing; (ook) niet meedoen; iemand vrij — laten, de nodige vrijheid laten; vrij — hebben, onbelemmerd zijn gang kunnen gaan; 2. het tegengestelde van ernst: het is maar —, het is niet uit ernst;
3. vrije, aan afwisseling rijke, dartele of onberekenbare werking of beweging van een orgaan, van krachten of verschijnselen, functie: het van de ogen;
4. het spelen op het toneel: het — van die acteur was bijna volmaakt;
5. toneelstuk: (hist.) abele spelen; in het — zijn, een rol spelen; in het geding zijn; het onderwerp vormen: de hand mee in het — hebben, er ook bij betrokken zijn;
6. het bespelen van een of ander muziekinstrument; wijze van spelen: zijn — werd algemeen bewonderd;
7. stel benodigdheden voor een spel: spellen van niet meer dan 32 kaarten;
8. de kaarten die een speler toegedeeld krijgt: hij laat zijn — zien;
9. partij die men speelt.

(e) Het spel onderscheidt zich van sport door het ontbreken van de systematische organisatie, training en discipline. Het vormt een elementaire behoefte van de mens en van het hogere dier (vooral jonge dieren). Men heeft diverse onderscheidingen gemaakt in het spel, b.v. die in functionele, constructieve, illusionistische spelen, bewegings- en gezelschapsspelen; bekend is de verdeling in spelen der eerste orde of experimenteerspelen (onderverdeeld in de spelende werkzaamheid der gevoelsimpulsen, die van de bewegingsimpulsen, die van de hogere psychische impulsen) en spelen der tweede orde of gezelschapsspelen (onderverdeeld in kamp-, liefde-, nabootsingsspelen en sociale spelen). Een eenvoudige onderverdeling is spelen met lichamelijke activiteit en spelen met geestelijke activiteit. De spelen met lichamelijke bezigheid zijn wel de oudste groep; uit de werpen kampspelen (worstelen e.d.) kwam het middeleeuwse toernooi voort. Uit deze spelen ontstond de sport.

Bij spelen met geestelijke activiteit is er onderscheid tussen die waarbij uitsluitend het toeval het resultaat beheerst, die waarbij alleen verstandelijk overleg een rol speelt, en die waarbij een combinatie van beide plaatsheeft. Tot de eerste groep behoren o.a. het bikkelen, de hazardspelen en enkele moderne kaartspelen; tot de tweede groep het schaken en dammen; tot de laatste het overgrote deel der moderne kaartspelen. De combinatie van vernuft en toeval bij het spel is zeer geliefd. Ook het nabootsingsspel behoort tot de spelen met geestelijke activiteit. Het imiteren van de realiteit, het kinderlijke nabootsen van volwassenen, het verbeelden (verheven imitatie) van mystiek-religieuze gedachten

e.d. hebben geleid tot het poppenspel, het passiespel, toneel, ballet en film. De dans is een vermenging van bewegingsen nabootsingsspel, waarbij de ritmiek een voorname rol speelt. Wordt aan het winnen van een spel een prijs verbonden, dan treedt naast de spelfactor de zucht naar gewin op. Bij sommige spelen wordt daarop gespeculeerd, zoals bij de vele kansspelen (roulette), of op de gokzucht, zoals bij de verschillende vormen van weddenschappen (paardenrennen met totalisator). Voor het kind is het spel behalve ontspanning ook een natuurlijke uitingsmogelijkheid: het kind schept zich vaak al spelend een eigen wereld, en drukt daarin uit wat het niet in woorden kan formuleren. O.a. hierdoor is het spel van groot belang voor de ontwikkeling. Spelen met andere kinderen heeft een belangrijke sociaal vormende waarde, ‚ěĚkinderspel.

LITT. E.A.A.Vermeer, Spel en spelpaedagogische problemen (1955); H.Scheuerl (red.), Beiträge zur Theorie des Spiels (1969); E.M.Avedon en B.Sutton-Smith, The theory of games (1971); H. Scheuerl, Das Spiel (1977).