Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 17-06-2020

schrijven

betekenis & definitie

(schreef, heeft geschreven),

1. met een stift, pen, potlood, griffel, krijt enz. (aaneengeschakelde) letters of cijfers op papier of een ander vlak voorwerp aanbrengen, neerzetten; meestal abs.: lezen en — leren; (fig.) dat is met bloed geschreven, bloed is ervoor gestort;
2. in letters voorstellen, spellen: dat woord is goed, fout geschreven;
3. in schrift voorstellen of uitdrukken: zijn naarn —; recepten —;
4. in geschrifte meedelen of uitdrukken: de geschiedenis van iets —;
5. een brief of brieven opstellen: ik moet nog —;
6. als litterair of ander werk vervaardigen: een boek —; (abs.) geschriften opstellen, verhalen of verhandelingen opstellen: hij is al jong begonnen met —; hij schrijft, is schrijver, auteur; wat is daarover geschreven?, welke litteratuur bestaat daarover?;
7. opschrijven, noteren: iets op iemands rekening —, (fig.) hem er de schuld van geven; in rekening brengen: het is een goede dokter, maar hij weet van —, stuurt hoge rekeningen; (fig.) het staat op zijn voorhoofd geschreven, het is hem duidelijk aan te zien;
8. bij wet of voorschrift bepalen, vaststellen: dat staat nergens geschreven, dat is geen verplichting: geschreven recht, wettelijk vastgelegd;
9. er staat geschreven, er staat in de bijbel; het stond geschreven, het was voorbeschikt; (ook) het stond in de sterren geschreven;
10. zich lenen om er met een pen enz. lettertekens op te maken: dat papier schrijft slecht;
11. geschikt zijn om ermee te schrijven: deze pen schrijft niet, geeft geen inkt.