Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 17-06-2020

rechtspraak

betekenis & definitie

v./m., 1. het spreken van recht uit hoofde van een overheidsambt: uitoefenen;

2. het vaststellen van wat recht is in concrete gevallen, rechtspleging (e): de in straf zaken;
3. jurisprudentie, verzameling van vonnissen enz.

(e) In Nederland wordt volgens de Grondwet in naam des konings door bij de wet aangewezen rechters recht gesproken. De rechter moet volgens de wet recht spreken: hij mag in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid van de wet beoordelen. De rechter die weigert recht te spreken onder voorwendsel van het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid der wet, kan uit hoofde van rechtsweigering vervolgd worden. Geen rechter mag bij wege van algemene verordening, dispositie of reglement uitspraak doen in zaken die aan zijn beslissing onderworpen zijn (artt. 11-13 Wet AB). Men onderscheidt rechtspraak in burgerlijke gedingen (over eigendom, huwelijk enz.), in strafzaken en in bestuurszaken. De eerste twee worden beide uitgeoefend door de kantonrechter, de arrondissementsrechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad (artt. 1, 2 WRO).

De Hoge Raad is belast met de rechtspraak in cassatie. De rechtspraak in bestuurszaken of administratieve rechtspraak wordt uitgeoefend door administratiefrechterlijke colleges. Behalve met de rechtspraak waarbij een beslissing wordt gegeven in een geschil (jurisdictio contentiosa), is de gewone rechter ook belast met het verlenen van medewerking bij de uitvoering en toepassing van wettelijke bepalingen (b.v. benoeming van voogden). Deze laatste rechtspraak wordt als vrijwillige rechtspraak (jurisdictio volimtaria) aangeduid. De rechtspraak wordt gepubliceerd in een aantal periodieken (➝jurisprudentie), ➝rechterlijke organisatie.

In België wordt de rechtspraak beheerst door het beginsel dat de rechtspraak vrij is, en dat deze vrijheid beperkt is. De rechtspraak is vrij, d.w.z. dat, mits naleving van de wet en de door haar opgelegde pleegvormen, de judiciaire rechtscolleges uitspraak doen:

a. met volledige onafhankelijkheid, de rechters worden daarom voor hun leven benoemd, en kunnen noch ontzet, noch geschorst worden, tenzij door het hof van cassatie, uitspraak doende met verenigde kamers;
b. naar goeddunken: noch de wenken van de regering, noch de vroegere beslissingen van andere zelfs hiërarchisch hoger staande rechtscolleges, kunnen aan de rechter een bepaalde rechtspraak opleggen. In tegenstelling met het voorschrift van art. 2 van de Algemene Bepalingen in Nederland, bestaat er in België geen enkele wettekst die de rechter ertoe verplicht recht te spreken volgens de wet. Desondanks is de geest van de GW in die zin, dat art. 97 aan de rechters de verplichting oplegt hun beslissingen te motiveren, en deze uit te spreken in openbare rechtszitting.

De vrijheid van rechtspraak is beperkt:

a. de rechter is verplicht recht te spreken onder de bedreiging van strafvervolgingen wegens rechtsweigering;
b. de rechter mag geen beslissingen treffen van algemene draagwijdte of van verordenende aard; c. de rechter is ertoe verplicht zijn beslissingen te motiveren, d.i. de gronden te beantwoorden die partijen tot staving van hun eisen hebben aangevoerd, en dit op straf van cassatie;
d. de rechtszittingen zijn openbaar, tenzij deze openbaarheid gevaar mocht opleveren voor de openbare orde of de goede zeden; in elk geval dienen de vonnissen en arresten steeds in openbare rechtszitting te worden uitgesproken;
e. principeel zijn de vonnissen vatbaar voor hoger beroep: in strafzaken altijd, behalve de arresten van de hoven van assisen en van de hoven van beroep inzake voorrecht van rechtsmacht; in burgerlijke zaken en in zaken van koophandel, naargelang de waarde of de aard van het geding (➝rechterlijke inrichting);

ƒ. ingeval van schending van de wet of van de wettelijke vorm, zijn de rechterlijke beslissingen vatbaar voor cassatie, hetzij op verzoek van partijen, inclusief het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de minister van Justitie in het belang van de wet.