Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 17-06-2020

ramp

betekenis & definitie

v./m. (-en), onheil, groot ongeluk: de — van Leiden, het springen van het kruitschip in 1807; zo’n maatregel zou een zijn voor onze tuinbouw; een nationale —, groot ongeluk dat het hele volk treft of in zijn bestaan bedreigt: de overstroming van 1953 was een nationale —; (scherts.) overdrijving in de spreekt, ook ter aanduiding van een huiselijk ongeval e.d.